Categoriearchief: Externe competitie

Als je schaakt als een tenniswedstrijd dan ………

Na vele jaren ben ik weer eens als tennisliefhebber naar het ABN-AMRO toernooi geweest. De laatste keer dat ik er was (30 gulden) speelde Mc Enroe daar, je ken hem wel als je op rij 21 in je neus zat te peuteren dan schold hij je verrot tot vermaak van het publiek en ging dan fantastisch spelen. Maar nu (92.60 euro) lijkt het wel of je naar een stelletje robots zit te kijken die maar een ding hebben zoveel maniertjes en rituelen doen of het kijkt dat ze bij de zelfde sekte zijn aan gesloten. Het begint al bij het serveren waar ze 5 ballen vragen en er 4 terug gooien en er dan nog een vragen. Als ze dan de rally gespeeld hebben wijzen met minachting naar de ballenjongens/meisjes met hun raket dat ze de handdoek willen hebben. Je wordt er moe van. Bij het dubbelspel komt er nog een ritueel bij de High Five. Na elke rally effe de handjes tegen elkaar. Bij de service gaan ze achter hun hand overleggen hoe ze gaan spelen of mij dat ene reet interesseert. Vertaal je dat naar schaken nou dan gaat het er wel heel raar uitzien. Cor zet op elke tafel 5 borden klaar en 5 dozen met stukken en evenzovele klokken. Je keurt alles geef van alles 4 terug en vraagt dan nog een doos met stukken. Na de openingszet wijs je denigrerent naar Cor en hij komt dan snel aan gelopen met … juist ja een handdoek. Als je een pion hebt geslagen ga je naar een teamgenoot en geeft …. juist ja de High Five. Zullen we het een keer doen?

En dan Veldhoven uit dat werd al gauw Kerkhoven. De vraag is dan met de nieuwe opzet van de competitie of we niet te zwaar zijn ingedeeld. George, Ronald, Jan, Dick, Hans en Peter konden geen potten breken en Reinoud en Anton pakten de winst 6-2.

Of zoals mijn Oma altijd zei “Word je kampioen ben je te laag ingedeeld, en sta je onderaan dan te zwaar” (rijmt niet maar zegt veel).

Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.

Verslag WLC bezoekt Nuenen

WLC komt 9 februari naar Nuenen voor de 5e ronde van de KNSB competitie. Leon op bord 2 speelt met wit tegen een oud-studiegenoot. In het verleden hebben wij tientallen partijen tegen elkaar gespeeld en meestal moest ik mijn meerdere erkennen in hem. De partij van vandaag ging gelijk op, al had ik erg veel bedenktijd nodig. Te veel! Desondanks ging ik op zet 9, 10 en 11 de mist in. Het kostte me een pion. Bovendien had ik erg veel moeite om mijn stukken te ontwikkelen. Toen dat dan eindelijk gelukt was maakte ik op zet 17 weer een fout waardoor ik ook nog eens een tempo verloor. Gelukkig greep meteen daarna zwart mis en kon ik de stand gelijk trekken met een zet die zwart totaal niet had zien aankomen. Volgens mijn tegenstander zat er op dat moment, bij goed spel, voor beiden niet meer in dan remise. Met nog maar erg weinig tijd op de klok had ik op save moeten spelen. Had! Mijn laatste zetten wil ik me niet eens herinneren … Sorry!

Nuenen bord 1-4

Joop op bord 3 met zwart. Op de website van WLC staat al een uitvoerig verslag van mijn partij tegen Jasper Krenning. Ik kan alleen nog toevoegen dat ik een slechte partij heb gespeeld waarin ik al snel een stuk achter kwam. Mijn paardoffer op f2 was dan ook een noodgreep en blijkbaar was dit de beste voortzetting van zwart. Echter in het vervolg van de partij heb ik mijn kans niet genomen en verloor al vrij snel!

Rogier (1645) speelde met wit op bord 4 tegen Frank Albers (1889). Net als op bord 5 verscheen de Sicilaan op de 64 velden. Na 14. Tad1 was onderstaande positie bereikt:

Ziet u waarom de zwarte dame het verstandig vond om naar c7 uit te wijken?
Wit staat zeker niet slechter, maar wikkelde af naar een verloren positie. De witte loper kwam uiteindelijk op h6 terecht en kwam buitenspel te staan. De torens en enkele lichte stukken verdwenen van het bord waarna zwarts e-pion zijn opmars naar de onderste rij kon voortzetten.

Daniel speelt op bord 1 met de zwarte stukken tegen een sterke speler met een rating van 1990. Deze speelt het London system d4 Lf4 Pf3 c3 e3 Ld3. Zwart speelt aanvallend zijn ‘thorn pawn’ naar h3 a la Leela chess. Deze kan gevaarlijk zijn, maar in het eindspel snel zwak worden en verloren gaan. Vervolgens ging het er spannend aan toe op de damevleugel. In een onbewaakt ogenblik werd de h3 pion vergeten en ging verloren. Ook ging na Da8+ er een stuk verloren, waarna een paar spijtschakkjes geen remise konden brengen. Dat is even slikken: een 0-4 achterstand.

Koos speelt met zwart bord 7. De partij ging in de opening gelijk op, wel met veel meer bewegingsvrijheid voor de tegenstander. Later kwam ik een pion voor te staan in een kritische stelling. Uiteindelijk verloor ik na een mataanval.

John – De tegenstander die ik op bord 6 tegenkwam was Leo IJzendoorn: iemand waar ik vroeger al tegen gespeeld heb. Thuis heb ik gezien dat dat in 1994 was, en die partij won ik met gemak. Nu zijn de tijden veranderd. De opening was de gesloten Siciliaan. Het begin was wat moeizaam, maar rond de 20e zet stond wit comfortabel. De kans die toen ontstond zag ik helaas niet en ik koos een verkeerde voortzetting: weg voordeel. Ik kon geen goed plan bedenken maar verkeerde in de veronderstelling dat er winst voor me in zat. Een remisevoorstel accepteerde ik dus niet. Maar juist toen had ik een aanval op de koningsvleugel kunnen beginnen. Niet gezien. Toen ik ontdekte dat de stand ondertussen 6-0 was geworden besloot ik een gok te wagen, met fatale gevolgen. Hij kon een aanval opzetten waardoor ik een stuk verloor (niet gezien natuurlijk).

Nuenen bord 5-8

Hans – In deze clash der Hansen rokeerde Wit (Hans) kort en Zwart (Hans) lang. Vaak geldt dan wie het eerst komt, het eerst maalt. Beide spelers waren het er over eens, dat Wit beter uit de opening was gekomen. Wit kon zijn pionnen sneller op de damevleugel opspelen dan Zwart de zijne op de koningsvleugel, met als gevolg dat Zwart zijn koning weer in het centrum moest opbergen. Op de 16e zet had Wit een sterke voortzetting op de schoen, maar vond dat hij eerst zijn stelling nog moest ‘verbeteren’. Deze zet is beslist geen ‘Chess Engine Move’, maar ligt erg voor de hand. Zie diagram.

Hans – WLC

Tegenstander Hans Baijens (1788) heeft zojuist 15…Kc8-d8 gespeeld waarna Wit vervolgde met 16.Pc3. Met 16.b5! had hij (beslissend?) voordeel kunnen bereiken, want na ruil op b5 kunnen zijn stukken zich razendsnel naar de damevleugel verplaatsen, terwijl Zwart eerst zijn loper moet redden. Wit kreeg nog een drietal van dergelijke kansen die alle niet aan hem waren besteed, terwijl Zwart zich nauwkeurig verdedigde en uiteindelijk de stelling gelijk trok. Later, nadat Zwart 33…f5 speelt, vervolgde wit met met 34.exf5? (34.Pa4=) en trok na 34…Dxf5 wit weg. Nu was 35.De1 geboden, maar Wit speelde de grafzet 35.f4?? waarna hij spoedig mat ging. Om Léon’s vraag te beantwoorden: ik heb die nacht slecht geslapen!

De langste partij wordt gespeeld door Robert. Deze mocht op bord 5 plaatsnemen achter de zwarte stukken. Tegenover mij, aanvoerder van de witte strijdkrachten, Piet Koster (1798 – ELO, niet geboortejaar). De Siciliaanse opening werd rustig opgezet. Na 22 zetten waren alle zware stukken al van het bord verdwenen, evenals als enkele paarden en lopers. De strijd ging gelijk op, al was wit in nog in het bezit van het loperpaar en moest ik mij met paard + loper zien te redden. Al vrij vroeg in de partij zag ik een remise opdoemen, onder meer omdat wit niet over een duidelijk winstplan leek te beschikken en ik niet van plan leek om mee te werken aan mijn eigen ondergang. Ik zon dan ook op mogelijkheden om mijn paard tegen wits witveldige loper te ruilen, waardoor de kans op puntendeling (lopers van ongelijke kleur, elk drie pionnen) aanzienlijk vergroot zou worden.

Waarom remise? Ik wilde in geen geval verliezen; mijn opponent wilde heel graag winnen en daarom wees hij mijn remiseaanbod bij zet 49 dan ook van de hand met de woorden ‘Ik wil graag nog even doorspelen.’ Zo gezegd, zo gedaan. Maar na 61. La3 + Kd4 was de volgende stelling ontstaan:

Robert wint stuk, maar niet de partij

Ik had het plan opgevat om de wits loper naar h7 te lokken, waarna ik mijn loper als poortwachter op f7 zou positioneren. De loper opsluiten, kortom. Dat kon door op zeker moment Pf6 te spelen, maar natuurlijk pas als Lb2 + niet meer mogelijk was. En toen hielp wit mij een handje. Waarom een loper opsluiten als je hem kunt slaan? Er volgde 62. Ld6? Pf6! 63. Lc4 Pe4+ en wint. Dat wil zeggen: wit won een stuk, maar helaas niet de partij.

Inmiddels stond SV Nuenen met 7–0 achter. Ik heb behoorlijk zitten klungelen in een gewonnen eindspel, maar de tijd speelde mij parten, ook had ik enkele zetten niet genoteerd. Ik was bepaald niet zen, nee. Maar één ding stond voor mij als een paal boven water: wat er ook zou gebeuren, SV Nuenen ging NIET met 8-0 verliezen. Dat is wat mij aangaat voor de helft gelukt. Dit resulteert in een jammerlijke einduitslag van 1/2 – 7 1/2. Degradatie lijkt niet meer te voorkomen.

Verslag Nuenen 1 vanuit Asten

Nuenen 1 vertrekt 15 december naar Asten om daar tegen de Combinatie 2 te spelen. Beide teams staan onderaan en zo is dit dus een heus degradatieduel, waar elke bordpunt aan het eind van het seizoen de doorslag kan geven. Asten heeft gemiddeld per bord 70 elopunten meer. Dat is dus een stevige tegenstander om te verslaan.

Op bord 6 speelt wit met zwart een miniatuur. Wit begaat in de opening al snel enkele blunders die Rogier snel afstraft; zwart brengt een paard naar b4 en een loper naar f5. Deze dreigt een gevaarlijk familieschaak met Pc2+, waardoor koning en toren worden aangevallen. Dit weet wit nog te pareren, maar het andere familieschaak met Pd3+ leidt tot de snelle nederlaag; de koning en de loper op b2 staan aangevallen. Een snelle 1 – 0 voorsprong.

Koos speelt met zwart op bord 4 tegen de enige dame in de 2 teams. In de opening was het lastig om goed bij te blijven. Daarna verbeterde mijn stelling, maar waarin geen kritische fouten werden gemaakt. Uiteindelijk werd in het eindspel door herhaling van zetten remise overeen gekomen. Voor mij een goed resultaat.

Joop had vooraf gehoopt dat ik tegen Tibor Hurkmans mocht spelen en op bord 2 konden we beide plaats nemen (ikzelf met zwart). In een zeer gesloten stelling wisten beide spelers geen voordeel te behalen, pas na 15 zetten werden er stukken geruild. Wit kon een sterk paard op veld e5 krijgen en zwart zijn paard op e4. Heel opmerkelijk werden deze twee paarden twee keer teruggespeeld

en op de 25e en 27e zet werden ze door de lopers geslagen. Na 30 zetten stonden er nog 16 pionnen op het bord en creëerde wit een vrijpion op de f-lijn, welke zwart met de koning moest afstoppen; Wit speelt deze f-pion op naar f6 en verdedt deze pion met z’n loper op e7; het lijkt erop dat zwart grote problemen heeft maar zwart had iets verder gekeken als wit. Hij offert 1 pion in het centrum en kreeg geheel onverwacht voor wit een aanval gericht op de dame en koning. Binnen 5 zetten (de 41e zet) moet wit opgeven omdat hij mat gaat of zijn dame moet geven. 2,5 – 0,5

Daniel met wit speelt een zeer spannende partij waarbij beide partijen de eigen 1e en 8e rij verzuimen te verdedigen. Zwart kiest na e4 de Pirc verdediging met Lg7. Wit kiest ervoor deze drakenloper snel uit te schakelen met Lh6. Vervolgens dreigt de zwarte dame ‘mat’ te staan op h5 die net op tijd kan ontsnappen. Wit offert een paard voor 2 pionnen en het andere paard komt pracht op f5 te staan. (de schaakengine vindt dit ook een goed offer). Witte torens verlaten de 1e rij en de zwarte torens verlaten de 8e rij. De volgende kritische stelling ontstaat (zie diagram):

Zwart heeft net Ph5 gespeeld om het verdedigende paard op g3 uit te schakelen, waarna wit wordt mat gezet. Is het tijd om op te geven ?? Wit denkt na en speelt Ta8 !! en dreigt ook mat. En na … Pb6 Dxe5+ volgt de winnende mataanval. We staan met 3 ½ – ½ voor !

Voor de derde keer heeft Leon een 1900 speler tegenover zich. Op bord 3 opende ik met een opening die, achteraf, niet in mijn openingenboek blijkt voor te komen. Niets nieuws dus. Beide spelers hadden hun denktijd hard nodig. Op zet 10 kwam ik met een mooie zettenreeks, die mijn tegenstander niet gezien had, licht in het voordeel. Op zet 13 had ik, ondanks de 30 sec increment per zet, nog maar 35 minuten over voor de resterende 27 zetten. Mijn ervaring vertelde me toen dat dat ik dat niet zou gaan halen. Ik leverde mijn “voordeel” in en schoof in 10 zetten naar een stelling waarin ik minimaal beter stond. Ik bood remise aan, hetgeen mijn tegenstander accepteerde. In de analyse bleek de zet die zwart vrij zeker had willen doen als ik geen remise had aangeboden mij wel heel erg veel voordeel had opgeleverd … Fritz! beoordeelde de eindstand op 0.8 in het voordeel van wit. De stand is 4-1 en we hebben ons eerste matchpunt van het seizoen binnen ! Maar zit de winst er ook in !!??

Peter Paul speelt op bord 8 met zwart een franse opening. Wit richtte alles op de koning maar wist niet echt door te drukken. Zwart begon een tegenaanval, maar helaas, dit pakte niet goed uit waarna zwart toch na ongeveer 50 zetten moest opgeven. 4- 2 Nog geen winst.

De opening van Robert (zwart) en zijn tegenstander gaat gelijk op. In het scherpe middenspel ontstaan natuurlijk de schermutselingen. Zwart verliest een pionnetje, maar kan deze later, in het eindspel weer teugwinnen door met de koning deze op de damevleugel op te halen. Maar de strijd om de vrijpionnen, die graag willen promoveren, was toen verplaatst naar de koningsvleugel. Het zwarte paard maakte nog wat bokkesprongen, maar zonder koning waren de pionnen niet goed tegen te houden, met als gevolg de nederlaag. 4-3 Nog geen winst.

Gaat Hans het 2e matchpunt binnenbrengen ? De tegenstander van Hans Reusink koos voor de Aljechin-verdediging, maar ging slinks over tot de Franse-verdediging, de ruilvariant. Dat ging als volgt: 1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.d4 e6? Het vraagteken is van mij, want nog nooit eerder gezien. Ik vroeg mij af of mijn tegenstander voor het eerst De Aljechin speelde, of dat ik te maken had met een kenner. Je zou hier toch 3…d6 verwachten. Tot mijn verrassing gaf mijn database aan, dat de tekstzet als 3e wordt gespeeld, maar Zwart scoort er wel heel beroerd mee. Ook nu kwam Zwart beduidend slechter uit de opening. Na zwarts 24e zet …Te8 is de volgende stelling bereikt.

Hans Reusink (1591) – Embert Berkers (1672)

Wit heeft een dubbelpion, maar wel het loperpaar, meer ruimte, beter ontwikkelde stukken en het initiatief. Zwarts koning staat op de tocht en zijn stukken zijn niet echt actief. Vooral de ‘Franse loper’ op c8 springt in het oog. In hogere zin staat Wit gewonnen. De partij ging als volgt verder. 25.d5 Pe5 26.Txe5! en Wit wint een stuk (26.Dxe5? Ld4). Zoals zo vaak de laatste tijd verslapt mijn aandacht, indien ik een gewonnen stelling heb bereikt. Uiteindelijk speelde ik de slappe zet Lb4 en liet daarmee zwarts torens binnen. Gezien de tussenstand, 4-3 voor ons, nog steeds in gewonnen stand, na een smekende blik van Joop, in het clubbelang toch maar remise genomen. “Tsja, je had moeten winnen, maar dat heb je niet gedaan” was de terechte conclusie van mijn tegenstander.

En daarmee is de eerste overwinning met 4,5 – 3,5 punten behaald en proberen we in dezelfde klasse te blijven.

Verslag Valkenswaard – Nuenen 1

Het Nuenense team vertrekt 24 november 2018 naar valkenswaard. Beide teams staan onderaan in de poule. 2 wedstrijden zijn vooruitgespeeld en we beginnen met een 1½ – ½ voorsprong. Een winst zou er in kunnen zitten !

Robert en Joop kregen het verzoek om de partij vooruit te spelen en dat pakte voor ons positief uit. Ikzelf had met zwart in de drakenvariant van het Siciliaans geen openingsproblemen en kwam zelfs in het middenspel beter te staan. Rond de 15e zet had ik de mogelijkheid om mijn Toren te ruilen tegen het witte paard, uiteindelijk besloot ik om dit niet te spelen; achteraf had ik dit toch moeten spelen (volgens de schaakengine). 10 zetten later stond het gelijk en accepteerde ik het remisevoorstel, ook omdat we dan op een voordelige voorsprong kwamen.

Robert Hempelman (1566) – Philip van Gils (1787) Op maandag 19 november traden Joop Bongers (bord 6) en Robert Hempelman (bord 5 wit) alvast in het krijt tegen twee opponenten van EVS-1 (Valkenswaard). Vooruitspelen dus, en ook nog eens op onze eigen clubavond. Na een voor mij relatief onbekende opening (1. e4 b6 2. d4 Lb7 3. Pc3 e6) ontstond na 12. Pg3 de de onderstaande stelling. Stockfish stelt hier 12. … 0-0-0 voor. Door lang te rokeren krijgt zwart de gelegenheid om snode plannen op de koningsvleugel ten uitvoer te brengen. Hij speelde echter 12. . . . Pf5, waarmee hij de bezoekersingang op zijn koningsvleugel wijd open zet. Er volgde 13. Pxf5 exf5. Stockfish geeft 13 .. g4 aan – achteraf gezien beter, uiteraard. 14. e6! Een pionoffer dat niet zo eenvoudig te negeren blijkt. .. fxe6 Het vervolg lijkt onafwendbaar. 15. Pe5 Valt de zwarte dame aan en opent diagonal d1-h5. .. Dg7 Stockfish raadt Dh7 aan. 16. Dh5+ Ke7 (Kd8 is niet veel beter) 17. Pg6+ Kd6 Zwart verliest een kwaliteit. 18. Pxh8 Dxh8 Gedwongen, maar zwarts verliezen zijn nog niet geleden. 19. Lxg5 En geofferde pion is teruggewonnen. .. Lxg7 20. Lf4+ De schaakengine geeft hier 20. Txe6 Kxe6 en mat op de 33e zet. 20. Kd7 21. Df7+ Waarna zwart opgaf.

Hans Reusink speelt op bord 8 tegen Oscar Teeven. Weliswaar gewonnen, maar weinig plezier beleefd aan mijn partij. Na 10 zetten stond ik met Zwart al beter en na 14 zetten gewonnen, omdat ik Wits dame won tegen twee lichte stukken. Dat ging als volgt:

Wit heeft zojuist 14. Pe2-g3 gespeeld en geeft daarmee de dekking van veld c3 op. 14…. d5!-+. Wit kan niet zijn paard redden en … Lb4 voorkomen. 15.exd5 Lb4 16.dxc6 Lxd2+ 17. Pxd2 Txc6. De rest was ‘een kwestie van techniek’, een techniek die ik zelfs beheers. Eén zet voordat Wit mat ging gaf hij op. We staan 2 ½ – ½ voor !

Leon speelt deze keer op bord 2, wederom een 1900+ speler tegenover mij. Ik kwam met zwart, tegen alle verwachtingen in, uitstekend uit de opening (voor de kenners: geweigerd damegambiet, ruilvariant). Geen groot voordeel, maar ook geen achterstand in ontwikkeling. Volgens Stockfish stond ik zelfs lichtjes beter dan wit. Tot de 24e zet, met nog een kwartier op de klok. Toen ging ik, voor het eerst in deze partij, in de fout. Onnodig, vond ook mijn tegenstander later. Maar van mijn onnauwkeurigheid maakte hij onmiddellijk en optimaal gebruik. Binnen 4 zetten was het over en uit. Jammer, remise had er zeker in gezeten.

Daniel speelt in het Siciliaans tegen de Schveshnikov variant in het Siliaans. (1 e4 c5 2 Pf3 Pc6 3 d4 cxd4 4 Pxd4 e5) Deze wordt ook door Carlsen en Caruana gespeeld ! Daniel wijkt (per ongeluk) het eerst af van deze matchpartijen. In het middenspel doet zwart een fraai pionoffer met .. e4 !! en opent lijnen naar de witte koning die nog niet gerocheerd heeft. Wit kon kiezen tussen een passieve goede verdedigende zet of een actieve gevaarlijke verdediging. Daniel koos de spannende variant maar overzag een sterk paardoffer. Daardoor kwam ik in een toreneindspel terecht met een belangrijke pion minder. Mijn damepionnen stormden naar voren om proberen te promoveren. Na het foutieve 37 … b6 kon wit met een quiz-achtige zet 38 Ta7 ! remise proberen te bereiken. In plaats daarvan kwam een witte pion op b7 terecht met een witte toren op b8. Deze kon echter niet promoveren. De zwart pionnen rukten toen op naar voren en wisten uiteindelijk wel te promoveren. 2 ½ – 2 ½

Rogier speelt met wit op bord 3 (een hoog bord) tegen een sterke tegenstander met een ELO boven de 1900. Rogier laat zich niet kennen en speelt gewoon goede zetten. Zwart komt er niet doorheen. Al hoewel er gaten dreigen te vallen rondom de zarte koning (mat zit in een klien hoekje) kan wit er ook niet doorheen komen. Het wordt een goede remise tegen een sterke tegenstander. Tussenstand 3-3

Peter Paul speelt gebruikelijk met wit de Londen opening. Zwart koos een in potentie agressief antwoord op mijn d4 met c5 op de tweede zet maar ruilde meteen de pionnen naar een symmetrische pionnenstelling. Dit leverde een rustige standaard stelling op. Na +/- 27 zetten waren we in een gelijk eindspel gekomen met elk 7 pionnen dame waarbij ik een paard had en zwart een loper. In de gesloten stelling dacht ik met het paard beter te kunnen maneuvreren. Dat was ook wel zo, helaas koos ik een verkeerd plan en kwam in zetdwang. Een 4-3 achterstand.

Koos speelt zijn eerste externe partij sinds lange tijd. Na lange tijd kwam ik een pion achter te staan. Met Pxd5 verdwijnt onverwacht een pion van het bord; het paard mag niet geslagen worden op straffe van een aftrekschaak Lxh7+ met aanval op de dame. Mijn stelling verbeterde wel, maar mijn tegenstander bleef geduldig spelen. Nadat de andere partijen al afgelopen waren, kreeg hij een kans om de stukken af te ruilen naar een gewonnen pionneneindspel. Deze benutte hij. Jammer voor mij.

Ondanks de 2.5 – 0.5 voorsprong uiteindelijk toch weer een verlies met 5-3. Na promoveren is het moeilijk schaken. Gelukkig werd in Asten tegen de Combinatie 2e team gewonnen met 4.5 – 3.5 ! Dit verslag volgt spoedig.

Nuenen 2 ziet de “Son” weer schijnen… Maar zoals Jan schaakt kan niet door de “Breugel”

O mijn God, ja anders kan je in deze tijd je column niet beginnen, het zijn weer de weken dat we ons geloof weer op een hoger pitje zetten om vervolgens over een paar weken elkaar weer de hersens in te slaan. Figuurlijk doen we dat met schaken ook. Eerst ga je vriendschappelijk het gevecht tegen Son en Breugel aan, we lieten daar geen spaan van ze heel 0-4, om vervolgens om het eggie tegen te spelen maar waar de vriendelijkheid zeker op de borden tentoongesteld was (de eerste 5 zetten). Maar daarna viel er de stilte over de oorlogsvelden heen en was er maar een gedachte “Winst”. Onze invaller teamcaptain Anton kwam geeneens tot de eerste zet omdat hij tegen een lege stoel zat aan te kijken. Maar Rinus verpestte al weer gauw het feestje en met een remise van Emile was de stand gelijk en de spanning ging naar het kookpunt. De snelkookpan ging langzaam, nadat George (winst), Hans (verlies) en Peter (remise) de stand op 3-3 hadden gebracht, naar de 100 graden met nog 2 partijen te gaan. De tegenstander van Dick dacht dat hij de winst in handen had (Dick dacht er zoals altijd anders over) maar had vergeten dat er nog een heel vieze schaakzet van een paard was (een soort Henri Buitenzorg). Daarna (zoals Dick het uitgerekend had) bleef er een vrijpion over en daarmee de winst 4-3. Jan had DUIDELIJK de winst in handen maar (volgens de stuurlui aan wal) deed hij een paar onlogische zetten waarvoor je in de Middeleeuwen zeker op de brandstapel was beland. Maar na veel geknutsel kwam er, hoe bestaat het, toch een remise uit en bleef de winst in Nuenen 4½ -3½ En dan komt 2019 in zicht. Laat ik God weer aan mijn zij mee lopen of moet ik over een paar weken weer iemand de …….. nee natuurlijk niet

Of zoals mijn Oma altijd zei “Het leven bestaat uit vreugde en pijn, maar laat het in je hoofd altijd kermis zijn”

Fijn Jaar, Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.

Ik wou dat ik kleurenblind was!

Als je een column schrijft dan ga je altijd op het randje zitten en als je een goede dag heb wip je je er effe overheen. Je kan bv schrijven dat Ronald gezegend is met mooi gevormd zitvlees maar met schaken daar nauwelijks gebruik van maakt . Voordat hij jl zaterdag kon genieten van die bij elkaar gespaarde massa mocht hij alweer naar huis. Je kan schrijven dat onze jonge goddelijke Spruit Jan ons niet heeft ingelicht over de sterkte van onze tegenstanders. Maar zo in de donkere dagen voor kerst dan lijkt alles gevoeliger te liggen. Mijn tegenstander van jl zaterdag vermelde “Ehhh ik speel met de witte stukken he”, “Ja” meldde ik “en ik speel met……(hier wordt het lastig, dus de neutrale oplossing)… de roetveeg stukken”. Laatst vroeg een pensionaris “Welke auto is van jou”, “Eh ( ik heb een grijze maar als je dat zegt krijg je 50 plus op je dak)…. Die links van de lantaarnpaal”. In de supermarkt kwam ( hoe zeg je dat netjes en dat je dan geen beveiliging nodig hebt) een getinte man aan mij vragen “Weet U waar de Blanke vla staat”, “Nee geen idee, ik ben kleuren blind” meldde ik de man. Ik denk nou nog iemand die komt vragen waar de gender neutrale wc is en mijn dag kan niet meer stuk. Je kan nog over de rooie gaan en je eigen groen en geel ergeren maar Eindhoven was deze middag gewoon de beste. George was die de spreekwoordelijke eer redde door tegen zijn achterkleinkind remise te spelen. En nou zit zowel Nuenen 1 als 2 met de donkere dagen opgescheept met de Rode lantaarn ( sorry Arne Jansen).

Of zoals mijn Oma altijd zei “In je leven moet je altijd laveren met de kleuren. Maar als je kleurenblind bent hoef je daar niet over te treuren”.

Kleurloze Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.

Nuenen 1 verliest van “De drie torens”

Nuenen 1 speelt thuis tegen De Drie Torens uit Tilburg. Helaas spelen we nu ook met 7 spelers. Door een communicatiefout wordt Koos niet bereikt en blijft bord 6 onverwacht leeg.

Op bord 8 speelt Hans Reusink met wit. In mijn laatste interne partij met wit had ik een gevoelige nederlaag geleden tegen connesseur avant la lettre van het Frans, Peter Paul, met als gevolg een strafexpeditie naar de studeerkamer om de Franse verdediging weer eens onder de loep te nemen. Ook nu kreeg ik het Frans tegen en ondanks dat mijn tegenstander een andere afslag nam, oogden de patronen weer enigszins vertrouwd. Nog niet vertrouwd genoeg, want op de 13e zet speelde ik c3 om de scope van zwarts loper op g7 te beperken, waardoor mijn pion op d3 zwak werd. Een paar zetten later kon Zwart deze pion verzilveren, maar gelukkig verzuimde hij dit. Desondanks had Zwart nog steeds licht voordeel, maar met enkele sterke zetten kon ik de stelling gelijk trekken en even later zelfs druk uitoefenen op de zwarte stelling. Na zwarts 30e zet meende ik vage contouren te zien van een vol punt.

na 31. Pg5-e4 dekt het paard nu zowel pion f2 als g3, valt zwarts dame aan en veld f6. De zwarte dame heeft het druk: zowel pion b4 dekken als veld f6, want bij loslaten van f6 volgt een paardvork met schaak en kwaliteitsverlies. Maar: 31. …Txe4! Die kwam hard binnen! Een mooi kwaliteitsoffer waarna Zwart direct remise aanbood. Acceptatie van het offer houdt in dat de witte dame de dekking van g3 loslaat. Er kan dan volgen: 32.Dxe4 Dxg3+ 33.Dg2 Dxh4 34.Te1 of Kf1 =. remise

John speelt op bord 2. De zwartspeler verraste mij door de Aljechin-verdediging te gebruiken. Wit deed dat niet volgens de theorie, want die had hij niet meer paraat. Toch leek het aardig, en wit kwam er redelijk uit. Maar zijn stukken waren niet goed geplaatst: de ontwikkeling bleef achter. Al redelijk snel had wit moeite om de dreigingen het hoofd te bieden en na een dubbele aanval verloor hij een loper. Wit stribbelde nog wat tegen, maar het verschil in sterkte was te groot. Om 3 uur moest wit capituleren.

Op bord 4 speelt Robert Hempelman met wit tegen Tommie. Gewoontegetrouw opende ik met 1 e4, waarna we al gauw in het driepaardenspel terechtkwamen. Het natuurlijke voordeel waarop wit mag hopen omdat hij nu eenmaal de eerste zet mag doen, bleef voor mij schimmig. Zwart had dan wel een dubbelpion op de b-lijn, maar afgezien daarvan leek hij de regie te voeren over het spel. Ik kwam niet met enig voordeel (hoe klein ook) in het middenspel terecht. Voorzichtige schermutselingen volgden, maar er gebeurde niet rampzaligs. Tot aan de 28e zet dan. Zwart viel met 27. Db2 een pion op a4 en een ongedekte toren op d1 aan. Even, echt héél even – maar lang genoeg – verloor ik Td1 die en prise stond uit het hoog. Nietsvermoedend schoof ik de a-pion een stapje verder in de richting van het promotieveld. Er volgde 28. … Dxd1 schaak (ook dát nog). Ik gaf op. Moraal van het verhaal: een toren weggeven is nooit verstandig – als u mij niet gelooft – slaat u de schaakliteratuur er maar gerust op na.

Joop kwam met zwart op bord 3 in een bekende opening terecht. Echter ik vergiste me in de zetvolgorde en kwam al vanaf zet 6 zwaar onderdruk te staan; daardoor kwam ik 1 pion achter. In het middenspel kon ik de boel nog repareren maar ook daar verloor ik 1 pionnetje. Het eindspel met T+P met 2 pionnen minder was niet haalbaar om er nog een remise uit te halen! 4 ½ – ½ achter en de nederlaag is al een feit.

Op bord 7 speelt Peter Paul voor Nuenen met zwart. Wit opende met c4 waarna het een strategische partij werd. Wit had vanuit de opening licht initiatief maar mijn stelling was solide en toen wit niet doordrukte kon ik op de damevleugel de aanval openen. Dit gaf een goede stelling en in het eindspel liet ik de winst liggen. Remise.

Bord 5 wordt door Rogier bemand met zwart. Hoewel hij dat nog niet wist, zou Rogier die middag de langste partij van zijn schaakcarrière spelen: een zeeslang van 113 zetten die voor de helft uit schaakzetten zou bestaan. Na Rogiers 57. … Db8+ speelde, ontstond de volgende stelling Wit: Kb5, Da4, Tc6, pi: a3-b3-d5. Zwart: Kh7, Db8, Pe4, pi: g6-h7 Wit antwoordde 58. Tb6, waarop (uiteraard) Pxc3+ volgde. 59. Kc4 Dxb6 60. Kxc3 De3+ De krachtverhoudingen zijn nu in evenwicht, maar wits pionnen zijn veel gevaarlijker dan de zwarte. Wit wint eenvoudig als hij kans ziet de dames te ruilen. Zwarts enige kans is met een ellenlange reeks dameschaakjes zwarts winstplan te dwarsbomen. Wit leek aangeslagen door zijn eigen 58. Tb6 en wist lange tijd geen goede vluchtroute te vinden voor zijn koning. Pas na meer dan 100 (!) zetten lukte het hem de dames van het bord te krijgen. De witte pionnen waren buiten bereik van Rogiers koning. Hij gaf dan ook op. Achterstand 1 – 6

Daniel is afwezig en Leon vertegenwordigt Nuenen op bord 1. Met zwart notabene, tegen een veel sterkere tegenstander (1950 elo). Ik heb gemakkelijkere zaterdagen gehad. Vanaf het begin was het verdedigen geblazen, wit zette mij vrijwel klem. Bovendien hielp ikzelf een handje mee door mijn stukken niet optimaal te plaatsen. Op zet 16 had ik eigenlijk geen manoeuvreerruimte meer en na heel lang nadenken besloot ik de stelling open te breken ten koste van een pion. Daarna werd het ene na het andere stuk afgeruild. Op zet 47 waren alle stukken, op de dames en de koningen na, weer in de doos verdwenen. Toen de rook was opgetrokken bevond de witte dame zich temidden van (gedekte) pionnen en had weinig ruimte om iets uit te halen. De zwarte dame had zeeën van ruimte en kon, voor de afwisseling, een aanval op de zwarte koning doen. Met wat kunst en vliegwerk wist de witte dame toch nog terug te keren bij haar in gevaar verkerende echtgenoot. Nou ja, gevaar? Meer dan eeuwig schaak zat er voor zwart niet in. Maar wit wees het remiseaanbod van zwart af. Met een pion meer moet je kunnen winnen. Er volgde een lange reeks zetten waarbij dames en koningen naar andere (beter?) velden werden geschoven, maar zwart hield continu de dreiging op eeuwig schaak in de stelling. De witte dame kon zich niet veroorloven een uitstapje richting de zwarte koning te maken. En toen, uit het niets, antwoordde wit niet correct op een schaakje en zwart kon twee witte pionnen verschalken. Op zet 75 waren de rollen omgedraaid! In een poging dan toch nog de remise binnen te halen vergaloppeerde wit zich. Zijn dame ging verloren en wit gaf op, na vijf uur ingespannen schaken! Toch nog een winst voor Nuenen ! Einduitslag 2- 6

Nuenen 2 haalt een soort van Persie terug

Soms heb je in je leven een joker nodig die normaal gesproken in je linker mouw zit maar nu gewoon in mijn auto. Hans doet mee met het 2de omdat wij , zoals de indianen zo mooi kunnen zeggen “We zijn weer een keer aan Winnetoe”. Dus op naar Asten naar de Combinatie en dan weet je al van tevoren “Dat wordt een middagje combineren”. Cor en Dick deden het heel zuinigjes aan en combineerde allebei naar een rustige remise 1-1. George kon de juiste combinatie niet vinden en moest in combinatie met een trieste blik zijn tegenstander een hand geven. Elke schaakmiddag/avond heeft zijn hoogtepunt en die kwam met stip op naam van Ronald. Maandagavond was hij de grootte sensatie tijdens het bekertoernooi door de zuchtende en piepende John eruit te kegelen. En dat doet wat met een mens: blijf dan maar eens met je voeten op de grond staan. Je wordt in bezit genomen door een vlaag van lichte arrogantie en als je dan de volgende zaterdag dik voor staat ga je achterover leunen. Of dat nou door de stelling kwam of doordat door zijn buik niet meer tussen kon, God zal het weten. Tegenstander combineerde er nog lustig op los en daar ging de dame van Ronald. Zo liggen winst en verlies dicht bij elkaar. Maar wel weer met de voeten op de aarde (niet zo gek met dit gewicht). Jan had een combinatie van “Ik lach niet” en “ik ga heel verbaasd kijken”. Zijn tegenstander gaf zomaar uit het niets op terwijl er een eeuwige schaak in zat. Anton speelde remise en onze Hans kon de stand niet gelijk trekken waarna Peter in een monsterpartij de schade nog kon beperken 4½-3½ De mooiste combinatie was er op de terug weg. Peter moeilijk horend, Hans moeilijk pratend en als chauffeur een kwebbelzieke tante uit Amsterdam. Ziet U het voor zich. Maar we kwamen veilig thuis.

Zoals mijn Oma altijd zei “Ach is het verschil nog zo groot, op het einde gaan we allemaal dood” ( en mijn Oma kan het weten , zij is een ervaring deskundige).

Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.

Wedstrijdverslag Nuenen 1 – SMB 2 6 oktober 2018

Het eerste team van Nuenen vertrok naar Strijdt met Beleid in Nijmegen met 7 spelers.Ondanks de 1-0 achterstand leek er toch een overwinning mogelijk te worden. Joop, Daniel en Hans K. stonden immers al snel bijna gewonnen.

Bord 6 Huub Jansen (1737) – Hans Reusink (1560)

Gezeten  achter de zwarte stukken verscheen een Nimzo-Indiër op het bord, de klassieke variant. Op de 6e zet speelde Wit Lg5 en pende hiermee mijn paard op f6 op mijn dame op d8. Na …h6 had Wit geen zin in de bekende variant Lh4 g5 etc. waarna Wit uiteindelijk de pion op d4 verliest, maar sloeg op f6 en gaf daarmee het loperpaar op. Dit bevreemdde mij, maar tijdens de post-mortem vertelde mijn tegenstander dat hij dat vaker deed, omdat zwarts dame niet prettig staat op f6.

In het middenspel ontspon zich een strijd om de c-lijn welke Zwart in zijn voordeel wist te beslechten. Zwart drong weliswaar met zijn torens wits stelling binnen, maar Wit verdedigde zich nauwkeurig. Voor Zwart zat er niet meer in dan een eeuwige aanval op wits dame, wilde hij zelf geen risico lopen. Tijdens de post-mortem bleek dat een ander plan succesvoller had kunnen zijn: zwarts dame van het slechte veld f6 naar het goede veld g6 spelen. Met een loper nog op c8 en wits h-pion op h3, en ziedaar een aanknopingspunt voor een koningsaanval, maar dat is achteraf gepraat. Remise dus.

 

Joop speelt op bord 4 met zwart tegen een iets sterkere tegenstander die vanuit de opening de zwarte stelling snel onder druk wist te zetten. In een Siciliaanse opening werd de witte dame via e1 naar h4 snel in aanval ingezet en kwam zwart behoorlijk onder druk te staan, het paard op f6 kwam in een mogelijke penning terecht. Wit was bang voor een tussenschaakje en speelde zijn koning op de 13e zet naar h1 waardoor zwart een belangrijk tussenzetje had en onder de druk uit kwam.

Vanaf dat moment nam zwart duidelijk het initiatief, won op de 19e het 2e pionnetje en kon het eindspel simpel uitspelen naar een overwinning! Tussenstand 1 1/2- 1 1/2

 

Bord 3: Robert Hempelman – Thomas Manschot. Mijn tegenstander koos de Franse verdediging en al gauw kwamen wij terecht in de Winawer-variant (ik heb het opgezocht).  1 e4 e6 2 d4 d5 3 Pc3 Lb4 4 e5 c5 5 Pf3 Speelbaar, maar beter is a3 om Lb4 tot een verklaring te dwingen. Ik wil de pion op d4 niet verliezen, maar verdedig hem te krampachtig. Pc6 6 Lb5 Dat paard meteen maar pennen, dacht ik. Db6!  Daar heb je het al. Nu moet wit kleur bekennen (gaat mij wel twee pionnen en uiteindelijk de partij kosten). 7 Lxc6 bxc6 Natuurlijk met de pion nemen, zie zwarts volgende zet.

8 0-0 La6! Deze loper zal mij nog lang heugen. 9 Te1 cxd4 Daar gaat de eerste pion… 10 a3 Lxc3

11 bxc3 dxc3 En dat is twee. Ik zag de bui al hangen en dat zonder gebruikmaking van Buienradar. Toch maar doorspelen, want ik speel voor de club! De partij duurde uiteindelijk 3,5 uur, maar veel kansen had ik niet, omdat Thomas steeds de juiste zetten deed.

 

Hans Keijzers speelt op bord 8 met zwart. Wit vergeet in de opening te rocheren. Met een schaakje komt wit daar ook  niet meer aan toe. Meerdere lijnen worden naar de koning geopend en deze koning komt niet meer tot rust. Steeds moeten op gevaarlijke schaakjes gecontroleerd worden. Hans haalt zijn zware stukken erbij en tenslotte wordt met een dubbele aanval dame een stuk verovert en daarmee de partij gewonnen. Tussenstand 2 1/2 – 2 1/2

 

Op bord 5 verweert Rogier zich tegen de Franse verdediging. Helaas raakte Rogier in de opening al een pion achter, waarvoor hij geen compensatie had of kreeg. Hij zag geen mogelijkheden voor tegenkansen en moest zich uiteindelijk gewonnen geven.

 

Bord 7 met Peter Paul speelde met wit de gebruikelijke d4 opening. De eerste +/- 10 zetten bouwden beide partijen een solide stelling op en werd de c-lijn geopend. Aangezien mijn stukken klaar stonden om op de dame vleugel aan te vallen was het een prettige stelling. Het ging lang gelijk op tot zwart mijn pionnen voor de koning uit elkaar kon spelen. In het resulterende eindspel had zwart een erg effectief loperpaar en kon ik mijn stukken niet goed laten samenwerken. Na 42 zetten kon ik opgeven.

 

Daniel speelt met wit op bord 1 tegen de Caro-Cann tegen de (e4 c6, d4 d5, Pc3 dxe4: Pxe4) Lf5 variant. Het gaat lange tijd gelijk op, totdat zwart zijn beide torens passief opstelt. Daniel dringt met Pb6 de zwarte stelling binnen, waarna zwart de kwaliteit geeft om deze gevaarlijke hengst uit te schakelen. In hogere zin is zo’n stelling gewonnen, maar er moesten nog heel wat hindernissen geslecht worden. Dit kostte ook nogal wat tijd en was de langst durende partij. Na afruil van de zware stukken komt ook de witte koning in actie. In de eindstelling kan wit zijn toren terugofferen om een winnende vrijpion te krijgen. Zwart geeft op. Eindstand 3 1/2 – 4 1/2

 

 

Huub Jansen (1737) – Hans Reusink (1560)

De opening was een onaangename verrassing voor mij!

In de convocatie van Daniël stond dat ik op het 5e bord zou spelen, met wit dus. Gezeten  achter de zwarte stukken verscheen een Nimzo-Indiër op het bord, de klassieke variant. Op de 6e zet speelde Wit Lg5 en pende hiermee mijn paard op f6 op mijn dame op d8. Na …h6 had Wit geen zin in de bekende variant Lh4 g5 etc. waarna Wit uiteindelijk de pion op d4 verliest, maar sloeg op f6 en gaf daarmee het loperpaar op. Dit bevreemdde mij, maar tijdens de post-mortem vertelde mijn tegenstander dat hij dat vaker deed, omdat zwarts dame niet prettig staat op f6.