Categoriearchief: Externe competitie

KNSB 6G, 7 maart 2020, De Kentering 2 – Nuenen 1 3,5-4,5

Ofschoon ook deze tegenstanders, ondanks het ontbreken van een aantal vaste krachten aan onze kant, op papier zwakker waren dan wij (gemiddelde elo-rating 1640 versus 1520) kwam de overwinning ons ook nu weer niet aanwaaien.
We begonnen al met een 1-0 achterstand omdat we de nog zieke Jan (bord 4) voor ieders bestwil, en op advies van het RIVM ivm het Corona-virus, thuis gelaten hadden. Spoedig was het zelfs al 2-0, en even later 2,5-0,5 voor de Kentering. Het zou toch niet …

BORD 5: Robert Hempelman – Marc Smits
Gezeten achter mijn geliefde witte stukken op het bord, zag ik hoe mijn tegenstander, beoogd vierde-bordspeler, achter de zwarte strijdkrachten plaatsnam. Nadat we het handenschudden achterwege hadden gelaten, verscheen na enkele zetten op het bord het Olifantengambiet (zoals mijn tegenstander mij na de treurige afloop liet weten).
1. e4  e5 2. Pf3  d5?! 3. exd5  e4 4. De2  Le7 5. Dxe4  Pf6 6. Da4+  Ld7 7. Db3  0-0 8. Dxb7  Te8. Hier heb ik heel lang nagedacht over 9. Dxa8, maar ik was bang dat de dame nooit meer uit de hoek weg zou kunnen komen en daarom speelde ik het onnodig veilige 9. Le2. Stockfish is het – alweer! – niet met mij eens: die toren slaan was toch de beste zet.
Let wel: wit staat nu drie pionnen voor, maar heeft een achterstand in ontwikkeling. Om een treurig verhaal zo kort mogelijk te houden, wit kreeg de verdediging niet bijtijds op orde en gaf na 19 zetten op, na virtueel handenschudden.

BORD 1: Léon Driessen – Luigi de Mas
Na 1. e4 e5, 2. Lc4 dacht mijn tegenstander zeker 10 minuten na alvorens 2. … Le7!? te spelen. Achteraf verdenk ik hem er van deze zet opzettelijk te hebben gespeeld om mij uit mijn tent te lokken. Uiteraard ga ik met de dame via veld h5 op jacht naar de pion op e5. Ik kom een pion voor te staan. Maar een lang verhaal kort houdend, zwart ontwikkelde en ontwikkelde en ontwikkelde en ik moest steeds mijn dame in veiligheid brengen – dus ik kon niet ontwikkelen. Na vele zetten had ik mijn verdediging op orde en zag ik een mogelijkheid om mijn loper op c1 en toren op a1 eindelijk in het spel te betrekken. Ik had echter een geniepig schaakje over het hoofd gezien. Mijn pion voorsprong veranderde in een pion achterstand. Zwart stond beter, maar bood toch remise aan hetwelk ik met twee handen aangreep. Desgevraagd gaf mijn tegenstander aan dat hij remise had aangeboden omdat het eindspel zijn zwakke punt was …

BORD 3: Hans Reusink – Ton Wouters
Van de vijf openingszetten had Zwart er drie met de dame gedaan en Wit drie stukken ontwikkeld. Door deze ontwikkelingsvoorsprong kon ik rustig opbouwen en de druk op de zwarte koningsstelling gestadig opvoeren. Na 23 zetten keken dame, toren, loper en paard alle richting vijandelijke koning. Mijn tegenstander dacht zo’n half uur na en gaf met nog maar 4 minuten op de klok, voor 17 zetten, op. Enigszins voorbarig, want Wit stond weliswaar veel beter, maar had nog iets te bewijzen.
Interessanter is wat ik miste. Zie diagram na de 17e zet van Zwart.

Wit kan mat geven op h7 ware het niet dat zwarts paard op f6 dit verhindert. Dit paard moet dus weg. Het eenvoudigst is 18.Pg4 en Zwart verliest in alle varianten een stuk wil hij mat voorkomen. Zo had ik het ook bedacht, toen ik 17.De4-h4 speelde. Desondanks speelde ik 18.Lf4? om te vervolgen met Lg5. Waarom? Geen idee!

Zwart heeft zojuist 21…h7-h5 gespeeld, de enige zet (21…Pf6? 22.Lxf6 h5 23.Dxh5 gxh5 24.Tg3#). Hier speelde ik 22.Lxe7 en na Dxe7 23.Dg3 werd de slotstelling bereikt waarna Zwart opgaf. De volgende voor de hand liggende combinatie zag ik over het hoofd: 22.Lxg6 fxg6 (22…Lxg5 23.Dxh5 Kg7 24.Lxf7 Pf4 25.Dh7+) 23.Pxg6 Lxg5 24.Dxh5. Waarschijnlijk ben ik na mijn echec in de vorige ronde iets behoudender geworden… Edoch, 1-0.

BORD 7: John Vonk – Roel Jongenelen
Mijn partij op bord 7 had een wisselend verloop. We speelden de Tarraschvariant van het Frans (met Pd2). Ik ging er van uit dat mijn tegenstander dat niet kende, maar dat viel tegen. Tot de 14e zet (toen wist ik het al niet meer) ging hij de fout in door lang te rocheren, hetgeen niet gebruikelijk is. Ik kon toen op de damevleugel gaan aanvallen, terwijl hij zijn best deed op de koningsvleugel. Na de 19e zet van zwart was dit de stelling:

21. b4 Beter was volgens Stockfish11 trouwens 21. f4 Da5 22. Pf3 Thf6 23. Kg2. 21. … b5 (Zwart dacht de vleugel te kunnen afsluiten; Db6 was veel beter) 22. Lxb5 axb5 23. Uxb5 Lf4 24. Pxc7 Lxe3 25. fxe3 Txf1+ 26. Kxf1 Tf6+ 27. Ke1 Kb7 (zwart had een ‘slim’ plan) 28. Pb5 Pb4 dreigt Pd3+ 29. Pd6+ Kb8 30. axb4 en toen was het allemaal niet zo moeilijk meer Tf8 31. b5 g6 32. b6 Td8 33. Pgf7 Tf8 34. Pe5 Lc8 35. Pc6+ en mat. 1-0

BORD 2: Dick van Leeuwen – Joop Bongers
De eerste 15 zetten van wit waren bij mij goed bekend. Ik speel al jaren bij Helena Schaak op internet mijn partijtjes en heel toevallig had ik deze opening ook al op het bord gehad. Dus gelukkig voor mij wist ik hoe ik e.e.a. kan tegenspelen met zwart! Een compliment voor de witspeler die de eerste 15 zetten ook blijkbaar kende. Maar dan komt het moment dat je zelf op zoek moet gaan naar de beste zetten c.q. voortgang in dit soort stellingen.
Wit probeerde over de open h-lijn een aanval in te zetten en dikwijls moet zwart dit beantwoorden met een tegenactie in het centrum! Wit had inmiddels de dame naar h4 gespeeld met de bedoeling de toren naar h3 en het paard naar g5 en een aanval in te zetten op h7 van zwart. Dus toch maar het paard op f3 afruilen en veld h3 blokken. En na 20 zetten ging ook de dame weer terug naar de 1e rij omdat zwart het centrum had bloot gelegd.
Op zet 26 deed wit niet de beste zet welke direct werd afgestraft door zwart,  4 zetten later gaf wit dan ook op!

BORD 6: Paul Willemen – Rogier Hempelman
Rogier wist zich goed staande te houden na 1. c4, een opening waar hij niet erg vertrouwd mee is. Zwart heeft zojuist 26. … Tb8-f8 gespeeld. De zwarte dame heeft weinig bewegingsvrijheid en wit probeert haar dan ook in te sluiten.

Er volgde 27. h4  Pxh4 Gedwongen, maar ook sterk, want de witte koning staat er zo goed als alleen voor. 28. gxh4  Dxh4+ Zwart heeft al twee pionnen materiële compensatie, plus een aanval. Je zou kunnen zeggen dat wit zelf het paard van Troje via h4 heeft binnengehaald. 29. Kg1  Dg5+ 30. Kh1  Tg6 Dreigt Dh4#. 31. Dxg6 Gedwongen. Zwart heeft een dame en twee pionnen tegen een toren en loper. De rest is techniek (en goede zetten doen). Na 42 zetten hield wit het voor gezien: 0 – 1.

BORD 8: Peter Zijderveld – Peter Paul Geluk
Deze keer met zwart de afruilvariant van het frans. Het ging in een erg strategische partij een zet of 30 gelijk op. Toen was ik even een zet te passief en kon mijn tegenstander snel druk zetten op mijn achtergebleven e-pion. Dit gaf de mogelijkheid om met een ruil mijn pionnenstelling open te breken waarna hij het uiteindelijk kon afmaken na 41 zetten. Gelukkig was de ontmoeting toen al in ons voordeel beslist.

KNSB 6G, 23 november 2019, Nuenen 1 – Gardé 2 6-2

Ofschoon we – achteraf bezien – een historische 8-0 overwinning hadden kunnen behalen is de teamleider ook deze keer zeer tevreden over de behaalde score. Prima gedaan!

De spelers hebben hun eigen partij kort van commentaar voorzien.

BORD 8: Rogier Hempelman – Ludo Nijsten
Helaas was Rogier na 25 minuten al uitgespeeld… Zijn concentratie liet hem in de steek, waardoor hij al na 12 zetten op grote materiële achterstand kwam te staan en opgaf.
Hieronder de gehele partij met de aanbeveling haar na te spelen, ter lering. Zwarts laatste zet zal bij vele schakers een gevoel van déjà vu oproepen…
1. . e4 – c5, 2. Pf3 – d6, 3 d4 – cd4:, 4. Pd4: – Pf6, 5. Pc3 – a6, 6. Le3 – e5, 7. Pb3 – Le6, 8. Dd2 – Pbd7, 9. 0-0-0 – Le7, 10. h4 – Pg4 Het onheil is in aantocht; ziet u al wat zwart van plan is? 11. h5? – Pe3:!, 12. De3: – Lg5

BORD 6: Ed Vrees – Jasper van Buul
Een makkelijke middag voor Ed!
Zijn tegenstander, Jasper van Buul, wist geen raad met het Koningsgambiet en met 8. … d5? (zie diagram) was de partij al uit.

Er volgde 9. Pe5 met materiaalverlies en een kaartenhuis dat in elkaar viel. Na een dik half uurtje spelen gaf de tegenstander na 13 zetten op en duurde de middag wel heel erg lang.

BORD 4: Koos Rademaker – Erwin Talpe
De opening had een rustig verloop. Bij de overgang naar het middenspel kwam er meer dynamiek in het spel. Hierbij kreeg ik een geïsoleerde dubbelpion op de c-lijn. Door een loperoffer werd het mogelijk de pion te laten promoveren. Dit werd afgeruild tegen een toren. Dus een klein materieel voordeel, maar wat belangrijker was dat er ook een betere stelling ontstaan was. Nu ging de tweede pion van de c-lijn op weg naar het promotieveld wat uiteindelijk in winst resulteerde.

BORD 2: Léon Driessen – Arthur Hendrickx
Qua elo-rating even sterke spelers! De partij ging dan ook gelijk op, de dames werden al vroeg naar bed gestuurd en meesterzetten bleven uit. Op zet 19 beging zwart een minuscuul foutje (of was het een bewuste lokzet?). Wit kon met zijn toren een pionnetje verschalken, maar kwam daarbij in een zwart vangnet terecht. Redding van de toren lukte op het nippertje. Daarna kwam wit niet meer in de problemen, maar zijn pion voorsprong uitbouwen naar winst ging maar erg moeizaam door zwart’s kunst- en vliegwerk. Op zet 39 trapte zwart met open ogen in een valletje als gevolg van “te snel zetten”, ofwel “eerst zetten, dan pas denken”, met als gevolg dat wit een gezonde loper voor kwam te staan. Wit ging verder met het verbeteren van zijn stelling totdat zwart op zet 59, volgens eigen zeggen weer met open ogen, in het volgende valletje trapte. Met 2 volle lichte stukken voorsprong kon wit de winst niet meer ontgaan. Tenminste … Op zet 69 ging de overgebleven zwarte toren door het dolle. Gelukkig had wit voldoende stukken waar hij omheen kon lopen om de dolle zwarte toren te ontlopen. Op zet 74 gaf zwart uiteindelijk op, mat in 3 was niet meer te voorkomen.

BORD 7: Isa van Meel – Peter Paul Geluk
Met zwart een Franse verdediging. Wit viel op de koningsvleugel aan en ik op de dame vleugel. Het was lang in evenwicht in een erg gesloten stelling. Helaas, ik berekende dat een torenoffer van wit niet correct was en liet die toe. Na een paar zetten was het duidelijk dat mijn tegenstander het beter had beoordeeld en kon ik opgeven.

BORD 5: Peter Thijssen – Hans Reusink
Op de 7e zet ruilde Wit vrijwillig een loper af (Lg5xPf6) en op de 15e zet sloeg ik (Pe5xLf3+) de tweede loper. Nu nog de stelling openen en het loperpaar zijn werk laten doen. Maar zo gemakkelijk ging dat niet. Ik had de pionnenketens f7, e6, d5 en a6, b5. Wit een pion op e5, een luis in zwarts pels, en een paard op d4, dat als stopper fungeerde. Mijn witveldige loper zat opgesloten binnen de keten, de zwartveldige kon er wel uit, maar had geen aanvalsdoel. Bevrijden met de f-pion had het bezwaar dat pion e6 zwak werd. Gedurende de gehele partij heb ik gelijk of (iets) beter gestaan, maar daar win je nog geen partij mee. Wit was inmiddels begonnen met zijn paard tussen c2 en e3 heen en weer te laten hoppen, een versluierd remiseaanbod waar ik niet op inging. Daarop trok Wit zijn paard terug van d4 waardoor mijn toren op c4 naar de koningsvleugel kon switchen. Riskant, met al die hijgende paarden in zijn nek! Wit begon meteen ijverig jacht te maken op mijn toren, dus ik moest een truc verzinnen en daarom de loper van e7 naar c5 gespeeld (penning inbouwen), hoewel deze objectief gezien op g5 (+=) beter had gestaan. Zwart heeft zojuist 35. … Lb7-c8 gespeeld. Zie diagram.

Een pure wachtzet; letterlijk wachtend op 36. h3. Mijn gevoel zei, dat ie kwam en hij kwam! 36. h3? Txg3+! 0 – 1.

BORD 3: Karl Raemakers – Joop Bongers
Mijn tegenstander speelde wel een zeer rustige Siciliaanse opening, met c3-d3-e4-f4 koos hij voor een zeer gesloten opstelling. Verrassend was wel dat hij op de 11e en 12e zet h3 en g4 speelde wat ik niet had verwacht! Dus moest ik deze aanval pareren met een doorbraak in het centrum, ook omdat wit zijn koning nog in het midden had staan en een korte rokade niet handig zou zijn. Ik won de belangrijke witte pion op e4 en de witte stelling lag aan diggelen, mijn 22e zet (e5 om het paard op d4 te verjagen) was er eentje met een vraagteken. Ik had fxe5 verwacht maar wit speelde de sterke zet f6 waardoor hij een mataanval kreeg middels Dh6! Gelukkig kon ik dit pareren en kon ik de witte koning onder vuur nemen; op de 35e zet won ik een stuk. Wit dreigde nog met mat maar ik was 1 zetje eerder om mat te zetten.

BORD 1: Leo Hovens – Daniël Torn
Ik speelde 7 jaar geleden ook tegen Leo Hovens. Ik werd toen op tijd getipt door Joop dat hij kan openen met g4!? Toen had ik me voorbereid om het gambiet aan te nemen. Nu had ik de tip niet gekregen en had me niet voorbereid. Ik volgde met zwart een goede strategie die Chris Schmidt en Rinus de Keizer tegen mij speelden (toen ik ook g4!? speelde) ; het centrum meteen innemen met d5 en e5. Met g5! werd de pion nog aanvallender. Het probleem blijft dat de koningszijde wordt verzwakt. Met de zwarte dame en 2 torens werd de f-lijn ingenomen. Een inval kon nog net verhinderd worden, maar dit verdedigen vergt computerprecisie. Al gauw werd een fout gemaakt, waardoor met een torenoffer een ondekbaar matnet ontstond: 0 – 1.

KNSB 6G, 2 november 2019, Veldhoven 2 – Nuenen 1 4-4

Ofschoon er op de bewuste zaterdagmiddag heel lang een overwinning voor Nuenen (zonder de sterkste spelers) in het verschiet lag laat de teamleider weten zeer content te zijn over het behaalde resultaat.

De spelers hebben hun eigen partij kort van commentaar voorzien.

BORD 2: Jan van de Munckhof – Joop Bongers
Opvallend detail bij de start van de wedstrijd was dat wij op de topborden gemiddeld 100 elo-punten minder hadden en op de rest van de borden 100 elo-puntjes meer!
En eigenlijk was dat ook in het wedstrijdverloop te merken.
Ikzelf heb de gehele partij gelijk gestaan en op de 20e zet bood ik remise aan met zwart, wat meteen werd afgewezen. Maar 7 zetten later bood m’n tegenstander zelf remise aan! Ofschoon ik op dat moment iets beter stond besloot ik het aanbod toch maar te accepteren, mede omdat we op dat moment op een aantal borden beter stonden (Rogier, Ed, Robert). Helaas voor ons konden Rogier en Ed deze niet volledig verzilveren.

BORD 6: Ton Roeten – Koos Rademaker
De opening ging gelijk op. Op een zeker moment offerde mijn tegenstander een paard voor 2 pionnen om een gevaarlijke koningsaanval op te zetten. Na goede verdediging zette ik de tegenaanval in, die met een tegenoffer tot winst leidde.

BORD 7: Peter Paul Geluk – Koen Antheunis
Ik speelde met wit mijn gebruikelijke d4 opening. Het werd een zeer gesloten stelling waarin ik zwart klem kon zetten en gevaarlijk met beide paarden binnen kon dringen. Ik had de betere stelling maar het lukte niet om het af te maken. Op zet 28 kwam zwart met een kwaliteitsoffer dat ik niet zag aankomen. In eerste instantie verdedigde ik dat goed maar helaas greep ik even later in gelijke stelling mis en kon ik na een paar zetten opgeven. Lange tijd een goede partij van beide kanten. Helaas afgesloten door een fout aan mijn kant.

BORD 3: Hans Reusink – Pieter de Visser
In een Franse partij was Wit actief op de koningsvleugel en Zwart op de damevleugel. De strijd ging lange tijd gelijk op, totdat Wit op de 19e zet Zwarts c-pion won. Het kan ook zijn dat Zwart deze offerde om de c-lijn voor zijn zware stukken te openen, maar dat pakte dan verkeerd uit. Zwart heeft zojuist 20…b4 gespeeld (zie diagram).

Wit staat beter en vervolgde met 21.Lh6. Een gemiste kans, want Wits aanval slaat niet door (beter was 21. h5!+-) en hij verspeelt bovendien zijn pluspion. Er volgde nog: 21…Db6 22. h5 Pxd4 23. Lxg7 Pxf3+ 24.Lxf3 Kxg7 25. h6+ Kg8 26. Tac1 Tc6 27. Dg5 Dd8 28. De3 Dc7 29. Dg5 Dd8 met remise door herhaling van zetten.

BORD 5: Ed Vrees – Rolf Bennik
In een scherp gambiet kwam ik 2 pionnen achter te staan, maar wel met voldoende compensatie. Mijn tegenstander kon niet optimaal zijn stukken ontwikkelen en de rochade kon hij ook vergeten.
Meerdere malen kon ik in een ingewikkeld middenspel de partij beslissen, maar dat gebeurde niet.
Volgens mij was mijn tegenstander in de 1e cyclus al door zijn vlag heengegaan, maar ik kon dit niet duidelijk op de klok constateren. Daarnaast is het niet mijn ding, dat Fischer systeem, voor mij volstrekt niet speelbaar.
In een moeilijk eindspel (niet volgens de toeschouwers) kon ik met een stuk meer promotie van de vrijpion van mijn tegenstander niet meer tegenhouden en mocht ik nog achteraf blij zijn met remise. Volgens de adviezen van de toeschouwers achteraf had ik het eindspel moeten winnen, maar – met alle respect – die aanwijzingen waren volgens de computeranalyse ook niet goed.
Uiteraard wel jammer dat ik als “nieuweling” de einduitslag van ons team niet voordelig kon beïnvloeden.

BORD 1: Léon Driessen – Hans Brave
Tot zet 15 ging de partij gelijk op, met nog alle stukken op het bord. Toen had ik de kans om de stelling – zonder nadelen – open te breken met exd5, maar ik dacht eerst nog de op handen zijnde opmars van de zwarte b-pion te moeten stoppen. Op zet 19 brak ik dan toch het centrum open, maar – volgens de schaakengines – één zet te laat. Ik had niet gezien dat ik na enkele slagenwisselingen een stuk ging verliezen. In ruil voor 2 pionnen weliswaar, maar zwart’s zware stukken konden ongehinderd mijn stelling overlopen.

BORD 4: Bertus Pals – Rogier Hempelman
Stond lange tijd goed tot beter, maar één uitstekende zet van wit bracht de strijd weer volkomen in evenwicht. Remise was niet te vermijden.

BORD 8: Peter Huizen – Robert Hempelman
In de wandelgangen had ik al vernomen dat de Engelse opening (1. c4) op het bord zou verschijnen. En jawel, hoor. Na afloop van de partij zei de witspeler dat hij al vroeg op remise had gespeeld. (Inderdaad doemen na 20 zetten de ongelijke lopers op)
Na elf zetten nam wit vrijwillig afscheid van het loperpaar, hetgeen ik helemaal niet betreurde…
Vervolgens begon wit druk uit te oefenen op pion d6. Er verdween nog wat hout van het bord en het verraderlijke ‘mat achter de paaltjes’ doemde op – aan beide zijden van het bord.
Dus werd eerst door zwart een ‘gaatje’ gemaakt (met g6) en daarna door wit (g3), waarmee wit de matdreiging had bezworen, maar wel 27. … Tb2 toeliet, waardoor de belangrijke pion op f2 door toren en loper kon worden aangevallen. Liever dan deze nederige voetsoldaat te verliezen, gaf wit een kwaliteit op. Compensatie: één pion. Wit bood remise aan op zijn 35e zet, waarop ik niet inging.
Ik wilde immers winnen! Dit streven vergde wel nauwkeurig spelen, hetgeen uiteindelijk ook werd beloond…
Met mijn overwinning kwam de stand op 3,5 – 3,5…

Wedstrijdverslag SV Nuenen-1 – UVS-3

Degradatie Team-1 ondanks gelijkspel.

Vooraf wisten we dat alleen een overwinning ons zou redden van degradatie;op Zaterdag 13 april moesten we aantreden tegen het veel sterkere UVS-3, dit team had gemiddeld bijna 200 ELO-punten meer,ook omdat we deze zaterdag 3 afmeldingen hadden t.w. Daniel, Leon en Robert.Desondanks hebben we onze huid duur verkocht en met een beetje meer geluk had er zelfs nog een kleine overwinning ingezeten!

Bord 6 Bas:

Gelukkig was Bas bereid als invaller mee te spelen en met succes.Na 2 uur spelen won hij zijn partij; In een soort Koningsgambietachtige opening komt hij iets minder te staan maar dat is typisch zijn stijl:Een pionnetje offeren om een aanvallende stelling te creëren en na een misrekening van zijn tegenstander kon Bas als 1e winnen: 1-0.

Bord 7 Hans K.:

Hans (ook als invaller) had het vandaag zwaar te verduren, werd al snel op z’n koningsvleugel onder druk gezet en uiteindelijk kwam zijn koning geheelonbeschermd te staan met snelle opgave: 1-1.

Lees verder Wedstrijdverslag SV Nuenen-1 – UVS-3

Nuenen verslaat Eindhoven 3

Nuenen probeert in de poule te blijven en degradatie te voorkomen. Robert heeft op bord 8 vooruit gespeeld en gewonnen. We beginnen dus met een 1-0 voorsprong. Hans Reusink meldt zich echter ziek en het lukt zo snel niet een vervanger te vinden. Dus we beginnen 16 maart in Eindhoven met een 1-1 stand.

Robert speelt met zwart vooruit tegen Roeland in het nieuwe onderkomen van ESV – halverwege de jaren tachtig heb ik in deze ruimte aan de Boccherinilaan mogen surveilleren tijdens eindexamens. Roeland opende met c4, waarop ik met e5 antwoordde. Tijdens de partij heb ik geen moment slecht gestaan, wel moest ik goed op mijn pionnen passen (zoals altijd).

Stelling na 35 … Kd7. Na afloop van de partij wees een van Roelands clubgenoten op de volgende manoeuvre: 36. Txb7 Txb7 37. c6 + Kc8 38. cxb7 + Kxb7 39. h5! en daarna 40. Lb2, waarna de pion op g7 valt. Maar zo ging het niet. Ik had bij zet 26 een remiseaanbod gedaan, dat niet werd aangenomen. Remise ging ik niet meer aanbieden, ook al vind en vond ik dat wit iets betere kansen heeft. later werden de lopers geruild, beide torens hebben gependeld tussen de b- en de g-lijnen. na de blunder f5 gf6: + gaf wit onmiddellijk op, want de toren wordt niet meer gedekt.

Lees verder Nuenen verslaat Eindhoven 3

Als je schaakt als een tenniswedstrijd dan ………

Na vele jaren ben ik weer eens als tennisliefhebber naar het ABN-AMRO toernooi geweest. De laatste keer dat ik er was (30 gulden) speelde Mc Enroe daar, je ken hem wel als je op rij 21 in je neus zat te peuteren dan schold hij je verrot tot vermaak van het publiek en ging dan fantastisch spelen. Maar nu (92.60 euro) lijkt het wel of je naar een stelletje robots zit te kijken die maar een ding hebben zoveel maniertjes en rituelen doen of het kijkt dat ze bij de zelfde sekte zijn aan gesloten. Het begint al bij het serveren waar ze 5 ballen vragen en er 4 terug gooien en er dan nog een vragen. Als ze dan de rally gespeeld hebben wijzen met minachting naar de ballenjongens/meisjes met hun raket dat ze de handdoek willen hebben. Je wordt er moe van. Bij het dubbelspel komt er nog een ritueel bij de High Five. Na elke rally effe de handjes tegen elkaar. Bij de service gaan ze achter hun hand overleggen hoe ze gaan spelen of mij dat ene reet interesseert. Vertaal je dat naar schaken nou dan gaat het er wel heel raar uitzien. Cor zet op elke tafel 5 borden klaar en 5 dozen met stukken en evenzovele klokken. Je keurt alles geef van alles 4 terug en vraagt dan nog een doos met stukken. Na de openingszet wijs je denigrerent naar Cor en hij komt dan snel aan gelopen met … juist ja een handdoek. Als je een pion hebt geslagen ga je naar een teamgenoot en geeft …. juist ja de High Five. Zullen we het een keer doen?

En dan Veldhoven uit dat werd al gauw Kerkhoven. De vraag is dan met de nieuwe opzet van de competitie of we niet te zwaar zijn ingedeeld. George, Ronald, Jan, Dick, Hans en Peter konden geen potten breken en Reinoud en Anton pakten de winst 6-2.

Of zoals mijn Oma altijd zei “Word je kampioen ben je te laag ingedeeld, en sta je onderaan dan te zwaar” (rijmt niet maar zegt veel).

Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.

Verslag WLC bezoekt Nuenen

WLC komt 9 februari naar Nuenen voor de 5e ronde van de KNSB competitie. Leon op bord 2 speelt met wit tegen een oud-studiegenoot. In het verleden hebben wij tientallen partijen tegen elkaar gespeeld en meestal moest ik mijn meerdere erkennen in hem. De partij van vandaag ging gelijk op, al had ik erg veel bedenktijd nodig. Te veel! Desondanks ging ik op zet 9, 10 en 11 de mist in. Het kostte me een pion. Bovendien had ik erg veel moeite om mijn stukken te ontwikkelen. Toen dat dan eindelijk gelukt was maakte ik op zet 17 weer een fout waardoor ik ook nog eens een tempo verloor. Gelukkig greep meteen daarna zwart mis en kon ik de stand gelijk trekken met een zet die zwart totaal niet had zien aankomen. Volgens mijn tegenstander zat er op dat moment, bij goed spel, voor beiden niet meer in dan remise. Met nog maar erg weinig tijd op de klok had ik op save moeten spelen. Had! Mijn laatste zetten wil ik me niet eens herinneren … Sorry!

Nuenen bord 1-4

Joop op bord 3 met zwart. Op de website van WLC staat al een uitvoerig verslag van mijn partij tegen Jasper Krenning. Ik kan alleen nog toevoegen dat ik een slechte partij heb gespeeld waarin ik al snel een stuk achter kwam. Mijn paardoffer op f2 was dan ook een noodgreep en blijkbaar was dit de beste voortzetting van zwart. Echter in het vervolg van de partij heb ik mijn kans niet genomen en verloor al vrij snel!

Rogier (1645) speelde met wit op bord 4 tegen Frank Albers (1889). Net als op bord 5 verscheen de Sicilaan op de 64 velden. Na 14. Tad1 was onderstaande positie bereikt:

Ziet u waarom de zwarte dame het verstandig vond om naar c7 uit te wijken?
Wit staat zeker niet slechter, maar wikkelde af naar een verloren positie. De witte loper kwam uiteindelijk op h6 terecht en kwam buitenspel te staan. De torens en enkele lichte stukken verdwenen van het bord waarna zwarts e-pion zijn opmars naar de onderste rij kon voortzetten.

Daniel speelt op bord 1 met de zwarte stukken tegen een sterke speler met een rating van 1990. Deze speelt het London system d4 Lf4 Pf3 c3 e3 Ld3. Zwart speelt aanvallend zijn ‘thorn pawn’ naar h3 a la Leela chess. Deze kan gevaarlijk zijn, maar in het eindspel snel zwak worden en verloren gaan. Vervolgens ging het er spannend aan toe op de damevleugel. In een onbewaakt ogenblik werd de h3 pion vergeten en ging verloren. Ook ging na Da8+ er een stuk verloren, waarna een paar spijtschakkjes geen remise konden brengen. Dat is even slikken: een 0-4 achterstand.

Koos speelt met zwart bord 7. De partij ging in de opening gelijk op, wel met veel meer bewegingsvrijheid voor de tegenstander. Later kwam ik een pion voor te staan in een kritische stelling. Uiteindelijk verloor ik na een mataanval.

John – De tegenstander die ik op bord 6 tegenkwam was Leo IJzendoorn: iemand waar ik vroeger al tegen gespeeld heb. Thuis heb ik gezien dat dat in 1994 was, en die partij won ik met gemak. Nu zijn de tijden veranderd. De opening was de gesloten Siciliaan. Het begin was wat moeizaam, maar rond de 20e zet stond wit comfortabel. De kans die toen ontstond zag ik helaas niet en ik koos een verkeerde voortzetting: weg voordeel. Ik kon geen goed plan bedenken maar verkeerde in de veronderstelling dat er winst voor me in zat. Een remisevoorstel accepteerde ik dus niet. Maar juist toen had ik een aanval op de koningsvleugel kunnen beginnen. Niet gezien. Toen ik ontdekte dat de stand ondertussen 6-0 was geworden besloot ik een gok te wagen, met fatale gevolgen. Hij kon een aanval opzetten waardoor ik een stuk verloor (niet gezien natuurlijk).

Nuenen bord 5-8

Hans – In deze clash der Hansen rokeerde Wit (Hans) kort en Zwart (Hans) lang. Vaak geldt dan wie het eerst komt, het eerst maalt. Beide spelers waren het er over eens, dat Wit beter uit de opening was gekomen. Wit kon zijn pionnen sneller op de damevleugel opspelen dan Zwart de zijne op de koningsvleugel, met als gevolg dat Zwart zijn koning weer in het centrum moest opbergen. Op de 16e zet had Wit een sterke voortzetting op de schoen, maar vond dat hij eerst zijn stelling nog moest ‘verbeteren’. Deze zet is beslist geen ‘Chess Engine Move’, maar ligt erg voor de hand. Zie diagram.

Hans – WLC

Tegenstander Hans Baijens (1788) heeft zojuist 15…Kc8-d8 gespeeld waarna Wit vervolgde met 16.Pc3. Met 16.b5! had hij (beslissend?) voordeel kunnen bereiken, want na ruil op b5 kunnen zijn stukken zich razendsnel naar de damevleugel verplaatsen, terwijl Zwart eerst zijn loper moet redden. Wit kreeg nog een drietal van dergelijke kansen die alle niet aan hem waren besteed, terwijl Zwart zich nauwkeurig verdedigde en uiteindelijk de stelling gelijk trok. Later, nadat Zwart 33…f5 speelt, vervolgde wit met met 34.exf5? (34.Pa4=) en trok na 34…Dxf5 wit weg. Nu was 35.De1 geboden, maar Wit speelde de grafzet 35.f4?? waarna hij spoedig mat ging. Om Léon’s vraag te beantwoorden: ik heb die nacht slecht geslapen!

De langste partij wordt gespeeld door Robert. Deze mocht op bord 5 plaatsnemen achter de zwarte stukken. Tegenover mij, aanvoerder van de witte strijdkrachten, Piet Koster (1798 – ELO, niet geboortejaar). De Siciliaanse opening werd rustig opgezet. Na 22 zetten waren alle zware stukken al van het bord verdwenen, evenals als enkele paarden en lopers. De strijd ging gelijk op, al was wit in nog in het bezit van het loperpaar en moest ik mij met paard + loper zien te redden. Al vrij vroeg in de partij zag ik een remise opdoemen, onder meer omdat wit niet over een duidelijk winstplan leek te beschikken en ik niet van plan leek om mee te werken aan mijn eigen ondergang. Ik zon dan ook op mogelijkheden om mijn paard tegen wits witveldige loper te ruilen, waardoor de kans op puntendeling (lopers van ongelijke kleur, elk drie pionnen) aanzienlijk vergroot zou worden.

Waarom remise? Ik wilde in geen geval verliezen; mijn opponent wilde heel graag winnen en daarom wees hij mijn remiseaanbod bij zet 49 dan ook van de hand met de woorden ‘Ik wil graag nog even doorspelen.’ Zo gezegd, zo gedaan. Maar na 61. La3 + Kd4 was de volgende stelling ontstaan:

Robert wint stuk, maar niet de partij

Ik had het plan opgevat om de wits loper naar h7 te lokken, waarna ik mijn loper als poortwachter op f7 zou positioneren. De loper opsluiten, kortom. Dat kon door op zeker moment Pf6 te spelen, maar natuurlijk pas als Lb2 + niet meer mogelijk was. En toen hielp wit mij een handje. Waarom een loper opsluiten als je hem kunt slaan? Er volgde 62. Ld6? Pf6! 63. Lc4 Pe4+ en wint. Dat wil zeggen: wit won een stuk, maar helaas niet de partij.

Inmiddels stond SV Nuenen met 7–0 achter. Ik heb behoorlijk zitten klungelen in een gewonnen eindspel, maar de tijd speelde mij parten, ook had ik enkele zetten niet genoteerd. Ik was bepaald niet zen, nee. Maar één ding stond voor mij als een paal boven water: wat er ook zou gebeuren, SV Nuenen ging NIET met 8-0 verliezen. Dat is wat mij aangaat voor de helft gelukt. Dit resulteert in een jammerlijke einduitslag van 1/2 – 7 1/2. Degradatie lijkt niet meer te voorkomen.

Verslag Nuenen 1 vanuit Asten

Nuenen 1 vertrekt 15 december naar Asten om daar tegen de Combinatie 2 te spelen. Beide teams staan onderaan en zo is dit dus een heus degradatieduel, waar elke bordpunt aan het eind van het seizoen de doorslag kan geven. Asten heeft gemiddeld per bord 70 elopunten meer. Dat is dus een stevige tegenstander om te verslaan.

Op bord 6 speelt wit met zwart een miniatuur. Wit begaat in de opening al snel enkele blunders die Rogier snel afstraft; zwart brengt een paard naar b4 en een loper naar f5. Deze dreigt een gevaarlijk familieschaak met Pc2+, waardoor koning en toren worden aangevallen. Dit weet wit nog te pareren, maar het andere familieschaak met Pd3+ leidt tot de snelle nederlaag; de koning en de loper op b2 staan aangevallen. Een snelle 1 – 0 voorsprong.

Koos speelt met zwart op bord 4 tegen de enige dame in de 2 teams. In de opening was het lastig om goed bij te blijven. Daarna verbeterde mijn stelling, maar waarin geen kritische fouten werden gemaakt. Uiteindelijk werd in het eindspel door herhaling van zetten remise overeen gekomen. Voor mij een goed resultaat.

Joop had vooraf gehoopt dat ik tegen Tibor Hurkmans mocht spelen en op bord 2 konden we beide plaats nemen (ikzelf met zwart). In een zeer gesloten stelling wisten beide spelers geen voordeel te behalen, pas na 15 zetten werden er stukken geruild. Wit kon een sterk paard op veld e5 krijgen en zwart zijn paard op e4. Heel opmerkelijk werden deze twee paarden twee keer teruggespeeld

en op de 25e en 27e zet werden ze door de lopers geslagen. Na 30 zetten stonden er nog 16 pionnen op het bord en creëerde wit een vrijpion op de f-lijn, welke zwart met de koning moest afstoppen; Wit speelt deze f-pion op naar f6 en verdedt deze pion met z’n loper op e7; het lijkt erop dat zwart grote problemen heeft maar zwart had iets verder gekeken als wit. Hij offert 1 pion in het centrum en kreeg geheel onverwacht voor wit een aanval gericht op de dame en koning. Binnen 5 zetten (de 41e zet) moet wit opgeven omdat hij mat gaat of zijn dame moet geven. 2,5 – 0,5

Daniel met wit speelt een zeer spannende partij waarbij beide partijen de eigen 1e en 8e rij verzuimen te verdedigen. Zwart kiest na e4 de Pirc verdediging met Lg7. Wit kiest ervoor deze drakenloper snel uit te schakelen met Lh6. Vervolgens dreigt de zwarte dame ‘mat’ te staan op h5 die net op tijd kan ontsnappen. Wit offert een paard voor 2 pionnen en het andere paard komt pracht op f5 te staan. (de schaakengine vindt dit ook een goed offer). Witte torens verlaten de 1e rij en de zwarte torens verlaten de 8e rij. De volgende kritische stelling ontstaat (zie diagram):

Zwart heeft net Ph5 gespeeld om het verdedigende paard op g3 uit te schakelen, waarna wit wordt mat gezet. Is het tijd om op te geven ?? Wit denkt na en speelt Ta8 !! en dreigt ook mat. En na … Pb6 Dxe5+ volgt de winnende mataanval. We staan met 3 ½ – ½ voor !

Voor de derde keer heeft Leon een 1900 speler tegenover zich. Op bord 3 opende ik met een opening die, achteraf, niet in mijn openingenboek blijkt voor te komen. Niets nieuws dus. Beide spelers hadden hun denktijd hard nodig. Op zet 10 kwam ik met een mooie zettenreeks, die mijn tegenstander niet gezien had, licht in het voordeel. Op zet 13 had ik, ondanks de 30 sec increment per zet, nog maar 35 minuten over voor de resterende 27 zetten. Mijn ervaring vertelde me toen dat dat ik dat niet zou gaan halen. Ik leverde mijn “voordeel” in en schoof in 10 zetten naar een stelling waarin ik minimaal beter stond. Ik bood remise aan, hetgeen mijn tegenstander accepteerde. In de analyse bleek de zet die zwart vrij zeker had willen doen als ik geen remise had aangeboden mij wel heel erg veel voordeel had opgeleverd … Fritz! beoordeelde de eindstand op 0.8 in het voordeel van wit. De stand is 4-1 en we hebben ons eerste matchpunt van het seizoen binnen ! Maar zit de winst er ook in !!??

Peter Paul speelt op bord 8 met zwart een franse opening. Wit richtte alles op de koning maar wist niet echt door te drukken. Zwart begon een tegenaanval, maar helaas, dit pakte niet goed uit waarna zwart toch na ongeveer 50 zetten moest opgeven. 4- 2 Nog geen winst.

De opening van Robert (zwart) en zijn tegenstander gaat gelijk op. In het scherpe middenspel ontstaan natuurlijk de schermutselingen. Zwart verliest een pionnetje, maar kan deze later, in het eindspel weer teugwinnen door met de koning deze op de damevleugel op te halen. Maar de strijd om de vrijpionnen, die graag willen promoveren, was toen verplaatst naar de koningsvleugel. Het zwarte paard maakte nog wat bokkesprongen, maar zonder koning waren de pionnen niet goed tegen te houden, met als gevolg de nederlaag. 4-3 Nog geen winst.

Gaat Hans het 2e matchpunt binnenbrengen ? De tegenstander van Hans Reusink koos voor de Aljechin-verdediging, maar ging slinks over tot de Franse-verdediging, de ruilvariant. Dat ging als volgt: 1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.d4 e6? Het vraagteken is van mij, want nog nooit eerder gezien. Ik vroeg mij af of mijn tegenstander voor het eerst De Aljechin speelde, of dat ik te maken had met een kenner. Je zou hier toch 3…d6 verwachten. Tot mijn verrassing gaf mijn database aan, dat de tekstzet als 3e wordt gespeeld, maar Zwart scoort er wel heel beroerd mee. Ook nu kwam Zwart beduidend slechter uit de opening. Na zwarts 24e zet …Te8 is de volgende stelling bereikt.

Hans Reusink (1591) – Embert Berkers (1672)

Wit heeft een dubbelpion, maar wel het loperpaar, meer ruimte, beter ontwikkelde stukken en het initiatief. Zwarts koning staat op de tocht en zijn stukken zijn niet echt actief. Vooral de ‘Franse loper’ op c8 springt in het oog. In hogere zin staat Wit gewonnen. De partij ging als volgt verder. 25.d5 Pe5 26.Txe5! en Wit wint een stuk (26.Dxe5? Ld4). Zoals zo vaak de laatste tijd verslapt mijn aandacht, indien ik een gewonnen stelling heb bereikt. Uiteindelijk speelde ik de slappe zet Lb4 en liet daarmee zwarts torens binnen. Gezien de tussenstand, 4-3 voor ons, nog steeds in gewonnen stand, na een smekende blik van Joop, in het clubbelang toch maar remise genomen. “Tsja, je had moeten winnen, maar dat heb je niet gedaan” was de terechte conclusie van mijn tegenstander.

En daarmee is de eerste overwinning met 4,5 – 3,5 punten behaald en proberen we in dezelfde klasse te blijven.

Verslag Valkenswaard – Nuenen 1

Het Nuenense team vertrekt 24 november 2018 naar valkenswaard. Beide teams staan onderaan in de poule. 2 wedstrijden zijn vooruitgespeeld en we beginnen met een 1½ – ½ voorsprong. Een winst zou er in kunnen zitten !

Robert en Joop kregen het verzoek om de partij vooruit te spelen en dat pakte voor ons positief uit. Ikzelf had met zwart in de drakenvariant van het Siciliaans geen openingsproblemen en kwam zelfs in het middenspel beter te staan. Rond de 15e zet had ik de mogelijkheid om mijn Toren te ruilen tegen het witte paard, uiteindelijk besloot ik om dit niet te spelen; achteraf had ik dit toch moeten spelen (volgens de schaakengine). 10 zetten later stond het gelijk en accepteerde ik het remisevoorstel, ook omdat we dan op een voordelige voorsprong kwamen.

Robert Hempelman (1566) – Philip van Gils (1787) Op maandag 19 november traden Joop Bongers (bord 6) en Robert Hempelman (bord 5 wit) alvast in het krijt tegen twee opponenten van EVS-1 (Valkenswaard). Vooruitspelen dus, en ook nog eens op onze eigen clubavond. Na een voor mij relatief onbekende opening (1. e4 b6 2. d4 Lb7 3. Pc3 e6) ontstond na 12. Pg3 de de onderstaande stelling. Stockfish stelt hier 12. … 0-0-0 voor. Door lang te rokeren krijgt zwart de gelegenheid om snode plannen op de koningsvleugel ten uitvoer te brengen. Hij speelde echter 12. . . . Pf5, waarmee hij de bezoekersingang op zijn koningsvleugel wijd open zet. Er volgde 13. Pxf5 exf5. Stockfish geeft 13 .. g4 aan – achteraf gezien beter, uiteraard. 14. e6! Een pionoffer dat niet zo eenvoudig te negeren blijkt. .. fxe6 Het vervolg lijkt onafwendbaar. 15. Pe5 Valt de zwarte dame aan en opent diagonal d1-h5. .. Dg7 Stockfish raadt Dh7 aan. 16. Dh5+ Ke7 (Kd8 is niet veel beter) 17. Pg6+ Kd6 Zwart verliest een kwaliteit. 18. Pxh8 Dxh8 Gedwongen, maar zwarts verliezen zijn nog niet geleden. 19. Lxg5 En geofferde pion is teruggewonnen. .. Lxg7 20. Lf4+ De schaakengine geeft hier 20. Txe6 Kxe6 en mat op de 33e zet. 20. Kd7 21. Df7+ Waarna zwart opgaf.

Hans Reusink speelt op bord 8 tegen Oscar Teeven. Weliswaar gewonnen, maar weinig plezier beleefd aan mijn partij. Na 10 zetten stond ik met Zwart al beter en na 14 zetten gewonnen, omdat ik Wits dame won tegen twee lichte stukken. Dat ging als volgt:

Wit heeft zojuist 14. Pe2-g3 gespeeld en geeft daarmee de dekking van veld c3 op. 14…. d5!-+. Wit kan niet zijn paard redden en … Lb4 voorkomen. 15.exd5 Lb4 16.dxc6 Lxd2+ 17. Pxd2 Txc6. De rest was ‘een kwestie van techniek’, een techniek die ik zelfs beheers. Eén zet voordat Wit mat ging gaf hij op. We staan 2 ½ – ½ voor !

Leon speelt deze keer op bord 2, wederom een 1900+ speler tegenover mij. Ik kwam met zwart, tegen alle verwachtingen in, uitstekend uit de opening (voor de kenners: geweigerd damegambiet, ruilvariant). Geen groot voordeel, maar ook geen achterstand in ontwikkeling. Volgens Stockfish stond ik zelfs lichtjes beter dan wit. Tot de 24e zet, met nog een kwartier op de klok. Toen ging ik, voor het eerst in deze partij, in de fout. Onnodig, vond ook mijn tegenstander later. Maar van mijn onnauwkeurigheid maakte hij onmiddellijk en optimaal gebruik. Binnen 4 zetten was het over en uit. Jammer, remise had er zeker in gezeten.

Daniel speelt in het Siciliaans tegen de Schveshnikov variant in het Siliaans. (1 e4 c5 2 Pf3 Pc6 3 d4 cxd4 4 Pxd4 e5) Deze wordt ook door Carlsen en Caruana gespeeld ! Daniel wijkt (per ongeluk) het eerst af van deze matchpartijen. In het middenspel doet zwart een fraai pionoffer met .. e4 !! en opent lijnen naar de witte koning die nog niet gerocheerd heeft. Wit kon kiezen tussen een passieve goede verdedigende zet of een actieve gevaarlijke verdediging. Daniel koos de spannende variant maar overzag een sterk paardoffer. Daardoor kwam ik in een toreneindspel terecht met een belangrijke pion minder. Mijn damepionnen stormden naar voren om proberen te promoveren. Na het foutieve 37 … b6 kon wit met een quiz-achtige zet 38 Ta7 ! remise proberen te bereiken. In plaats daarvan kwam een witte pion op b7 terecht met een witte toren op b8. Deze kon echter niet promoveren. De zwart pionnen rukten toen op naar voren en wisten uiteindelijk wel te promoveren. 2 ½ – 2 ½

Rogier speelt met wit op bord 3 (een hoog bord) tegen een sterke tegenstander met een ELO boven de 1900. Rogier laat zich niet kennen en speelt gewoon goede zetten. Zwart komt er niet doorheen. Al hoewel er gaten dreigen te vallen rondom de zarte koning (mat zit in een klien hoekje) kan wit er ook niet doorheen komen. Het wordt een goede remise tegen een sterke tegenstander. Tussenstand 3-3

Peter Paul speelt gebruikelijk met wit de Londen opening. Zwart koos een in potentie agressief antwoord op mijn d4 met c5 op de tweede zet maar ruilde meteen de pionnen naar een symmetrische pionnenstelling. Dit leverde een rustige standaard stelling op. Na +/- 27 zetten waren we in een gelijk eindspel gekomen met elk 7 pionnen dame waarbij ik een paard had en zwart een loper. In de gesloten stelling dacht ik met het paard beter te kunnen maneuvreren. Dat was ook wel zo, helaas koos ik een verkeerd plan en kwam in zetdwang. Een 4-3 achterstand.

Koos speelt zijn eerste externe partij sinds lange tijd. Na lange tijd kwam ik een pion achter te staan. Met Pxd5 verdwijnt onverwacht een pion van het bord; het paard mag niet geslagen worden op straffe van een aftrekschaak Lxh7+ met aanval op de dame. Mijn stelling verbeterde wel, maar mijn tegenstander bleef geduldig spelen. Nadat de andere partijen al afgelopen waren, kreeg hij een kans om de stukken af te ruilen naar een gewonnen pionneneindspel. Deze benutte hij. Jammer voor mij.

Ondanks de 2.5 – 0.5 voorsprong uiteindelijk toch weer een verlies met 5-3. Na promoveren is het moeilijk schaken. Gelukkig werd in Asten tegen de Combinatie 2e team gewonnen met 4.5 – 3.5 ! Dit verslag volgt spoedig.

Nuenen 2 ziet de “Son” weer schijnen… Maar zoals Jan schaakt kan niet door de “Breugel”

O mijn God, ja anders kan je in deze tijd je column niet beginnen, het zijn weer de weken dat we ons geloof weer op een hoger pitje zetten om vervolgens over een paar weken elkaar weer de hersens in te slaan. Figuurlijk doen we dat met schaken ook. Eerst ga je vriendschappelijk het gevecht tegen Son en Breugel aan, we lieten daar geen spaan van ze heel 0-4, om vervolgens om het eggie tegen te spelen maar waar de vriendelijkheid zeker op de borden tentoongesteld was (de eerste 5 zetten). Maar daarna viel er de stilte over de oorlogsvelden heen en was er maar een gedachte “Winst”. Onze invaller teamcaptain Anton kwam geeneens tot de eerste zet omdat hij tegen een lege stoel zat aan te kijken. Maar Rinus verpestte al weer gauw het feestje en met een remise van Emile was de stand gelijk en de spanning ging naar het kookpunt. De snelkookpan ging langzaam, nadat George (winst), Hans (verlies) en Peter (remise) de stand op 3-3 hadden gebracht, naar de 100 graden met nog 2 partijen te gaan. De tegenstander van Dick dacht dat hij de winst in handen had (Dick dacht er zoals altijd anders over) maar had vergeten dat er nog een heel vieze schaakzet van een paard was (een soort Henri Buitenzorg). Daarna (zoals Dick het uitgerekend had) bleef er een vrijpion over en daarmee de winst 4-3. Jan had DUIDELIJK de winst in handen maar (volgens de stuurlui aan wal) deed hij een paar onlogische zetten waarvoor je in de Middeleeuwen zeker op de brandstapel was beland. Maar na veel geknutsel kwam er, hoe bestaat het, toch een remise uit en bleef de winst in Nuenen 4½ -3½ En dan komt 2019 in zicht. Laat ik God weer aan mijn zij mee lopen of moet ik over een paar weken weer iemand de …….. nee natuurlijk niet

Of zoals mijn Oma altijd zei “Het leven bestaat uit vreugde en pijn, maar laat het in je hoofd altijd kermis zijn”

Fijn Jaar, Bibi

Voor reacties: neem contact op met auteur van het stuk.