Categoriearchief: Externe competitie

UItslagen Seizoen 21-22 Externe Competitie

Indeling externe competitie 2021-2022

Dit jaar kunnen we helaas maar 1 team op de been brengen. De speeldagen staan hier. De speeldagen zijn ook in onze clubagenda ingevoerd. Als je niet kunt , kun je je daar ook afmelden.

Klasse 6B Clubnr Plaats P/D
1 HSC Helmond 3 170038 Helmond
2 Oud Zuylen Utrecht 3 060082 Utrecht
3 Wageningen 4 040069 Wageningen
4 Nuenen 1 170047 Nuenen
5 De Vughtse Toren 2= vervallen 170078 Vught
6 De Combinatie 3 170014 Asten
7 Garde 2 170030 Soerendonk
8 De Kentering 2 170043 Rosmalen
Ronde 1 9-okt-21  1-8, 2-7, 3-6, 4- vervalt
Ronde 2 6-nov-21  8-5, 6-4, 7-3, 1-2
Ronde 3 27-nov-21  2-8, 3-1, 4-7, 5-6
Ronde 4 18-dec-21  8-6, 7-5, 1-4, 2-3
Ronde 5 5-feb-22  3-8, 4-2, 5-1, 6-7
Ronde 6 12-mrt-22  8-7, 1-6, 2-5, 3-4
Ronde 7 2-apr-22  4-8, 5-3, 6-2, 7-1

Uitslagen TEAM 2 seizoen 20

Uitslagen team 1 Seizoen 20

KNSB 6G, 7 maart 2020, De Kentering 2 – Nuenen 1 3,5-4,5

Ofschoon ook deze tegenstanders, ondanks het ontbreken van een aantal vaste krachten aan onze kant, op papier zwakker waren dan wij (gemiddelde elo-rating 1640 versus 1520) kwam de overwinning ons ook nu weer niet aanwaaien.
We begonnen al met een 1-0 achterstand omdat we de nog zieke Jan (bord 4) voor ieders bestwil, en op advies van het RIVM ivm het Corona-virus, thuis gelaten hadden. Spoedig was het zelfs al 2-0, en even later 2,5-0,5 voor de Kentering. Het zou toch niet …

BORD 5: Robert Hempelman – Marc Smits
Gezeten achter mijn geliefde witte stukken op het bord, zag ik hoe mijn tegenstander, beoogd vierde-bordspeler, achter de zwarte strijdkrachten plaatsnam. Nadat we het handenschudden achterwege hadden gelaten, verscheen na enkele zetten op het bord het Olifantengambiet (zoals mijn tegenstander mij na de treurige afloop liet weten).
1. e4  e5 2. Pf3  d5?! 3. exd5  e4 4. De2  Le7 5. Dxe4  Pf6 6. Da4+  Ld7 7. Db3  0-0 8. Dxb7  Te8. Hier heb ik heel lang nagedacht over 9. Dxa8, maar ik was bang dat de dame nooit meer uit de hoek weg zou kunnen komen en daarom speelde ik het onnodig veilige 9. Le2. Stockfish is het – alweer! – niet met mij eens: die toren slaan was toch de beste zet.
Let wel: wit staat nu drie pionnen voor, maar heeft een achterstand in ontwikkeling. Om een treurig verhaal zo kort mogelijk te houden, wit kreeg de verdediging niet bijtijds op orde en gaf na 19 zetten op, na virtueel handenschudden.

BORD 1: Léon Driessen – Luigi de Mas
Na 1. e4 e5, 2. Lc4 dacht mijn tegenstander zeker 10 minuten na alvorens 2. … Le7!? te spelen. Achteraf verdenk ik hem er van deze zet opzettelijk te hebben gespeeld om mij uit mijn tent te lokken. Uiteraard ga ik met de dame via veld h5 op jacht naar de pion op e5. Ik kom een pion voor te staan. Maar een lang verhaal kort houdend, zwart ontwikkelde en ontwikkelde en ontwikkelde en ik moest steeds mijn dame in veiligheid brengen – dus ik kon niet ontwikkelen. Na vele zetten had ik mijn verdediging op orde en zag ik een mogelijkheid om mijn loper op c1 en toren op a1 eindelijk in het spel te betrekken. Ik had echter een geniepig schaakje over het hoofd gezien. Mijn pion voorsprong veranderde in een pion achterstand. Zwart stond beter, maar bood toch remise aan hetwelk ik met twee handen aangreep. Desgevraagd gaf mijn tegenstander aan dat hij remise had aangeboden omdat het eindspel zijn zwakke punt was …

BORD 3: Hans Reusink – Ton Wouters
Van de vijf openingszetten had Zwart er drie met de dame gedaan en Wit drie stukken ontwikkeld. Door deze ontwikkelingsvoorsprong kon ik rustig opbouwen en de druk op de zwarte koningsstelling gestadig opvoeren. Na 23 zetten keken dame, toren, loper en paard alle richting vijandelijke koning. Mijn tegenstander dacht zo’n half uur na en gaf met nog maar 4 minuten op de klok, voor 17 zetten, op. Enigszins voorbarig, want Wit stond weliswaar veel beter, maar had nog iets te bewijzen.
Interessanter is wat ik miste. Zie diagram na de 17e zet van Zwart.

Wit kan mat geven op h7 ware het niet dat zwarts paard op f6 dit verhindert. Dit paard moet dus weg. Het eenvoudigst is 18.Pg4 en Zwart verliest in alle varianten een stuk wil hij mat voorkomen. Zo had ik het ook bedacht, toen ik 17.De4-h4 speelde. Desondanks speelde ik 18.Lf4? om te vervolgen met Lg5. Waarom? Geen idee!

Zwart heeft zojuist 21…h7-h5 gespeeld, de enige zet (21…Pf6? 22.Lxf6 h5 23.Dxh5 gxh5 24.Tg3#). Hier speelde ik 22.Lxe7 en na Dxe7 23.Dg3 werd de slotstelling bereikt waarna Zwart opgaf. De volgende voor de hand liggende combinatie zag ik over het hoofd: 22.Lxg6 fxg6 (22…Lxg5 23.Dxh5 Kg7 24.Lxf7 Pf4 25.Dh7+) 23.Pxg6 Lxg5 24.Dxh5. Waarschijnlijk ben ik na mijn echec in de vorige ronde iets behoudender geworden… Edoch, 1-0.

BORD 7: John Vonk – Roel Jongenelen
Mijn partij op bord 7 had een wisselend verloop. We speelden de Tarraschvariant van het Frans (met Pd2). Ik ging er van uit dat mijn tegenstander dat niet kende, maar dat viel tegen. Tot de 14e zet (toen wist ik het al niet meer) ging hij de fout in door lang te rocheren, hetgeen niet gebruikelijk is. Ik kon toen op de damevleugel gaan aanvallen, terwijl hij zijn best deed op de koningsvleugel. Na de 19e zet van zwart was dit de stelling:

21. b4 Beter was volgens Stockfish11 trouwens 21. f4 Da5 22. Pf3 Thf6 23. Kg2. 21. … b5 (Zwart dacht de vleugel te kunnen afsluiten; Db6 was veel beter) 22. Lxb5 axb5 23. Uxb5 Lf4 24. Pxc7 Lxe3 25. fxe3 Txf1+ 26. Kxf1 Tf6+ 27. Ke1 Kb7 (zwart had een ‘slim’ plan) 28. Pb5 Pb4 dreigt Pd3+ 29. Pd6+ Kb8 30. axb4 en toen was het allemaal niet zo moeilijk meer Tf8 31. b5 g6 32. b6 Td8 33. Pgf7 Tf8 34. Pe5 Lc8 35. Pc6+ en mat. 1-0

BORD 2: Dick van Leeuwen – Joop Bongers
De eerste 15 zetten van wit waren bij mij goed bekend. Ik speel al jaren bij Helena Schaak op internet mijn partijtjes en heel toevallig had ik deze opening ook al op het bord gehad. Dus gelukkig voor mij wist ik hoe ik e.e.a. kan tegenspelen met zwart! Een compliment voor de witspeler die de eerste 15 zetten ook blijkbaar kende. Maar dan komt het moment dat je zelf op zoek moet gaan naar de beste zetten c.q. voortgang in dit soort stellingen.
Wit probeerde over de open h-lijn een aanval in te zetten en dikwijls moet zwart dit beantwoorden met een tegenactie in het centrum! Wit had inmiddels de dame naar h4 gespeeld met de bedoeling de toren naar h3 en het paard naar g5 en een aanval in te zetten op h7 van zwart. Dus toch maar het paard op f3 afruilen en veld h3 blokken. En na 20 zetten ging ook de dame weer terug naar de 1e rij omdat zwart het centrum had bloot gelegd.
Op zet 26 deed wit niet de beste zet welke direct werd afgestraft door zwart,  4 zetten later gaf wit dan ook op!

BORD 6: Paul Willemen – Rogier Hempelman
Rogier wist zich goed staande te houden na 1. c4, een opening waar hij niet erg vertrouwd mee is. Zwart heeft zojuist 26. … Tb8-f8 gespeeld. De zwarte dame heeft weinig bewegingsvrijheid en wit probeert haar dan ook in te sluiten.

Er volgde 27. h4  Pxh4 Gedwongen, maar ook sterk, want de witte koning staat er zo goed als alleen voor. 28. gxh4  Dxh4+ Zwart heeft al twee pionnen materiële compensatie, plus een aanval. Je zou kunnen zeggen dat wit zelf het paard van Troje via h4 heeft binnengehaald. 29. Kg1  Dg5+ 30. Kh1  Tg6 Dreigt Dh4#. 31. Dxg6 Gedwongen. Zwart heeft een dame en twee pionnen tegen een toren en loper. De rest is techniek (en goede zetten doen). Na 42 zetten hield wit het voor gezien: 0 – 1.

BORD 8: Peter Zijderveld – Peter Paul Geluk
Deze keer met zwart de afruilvariant van het frans. Het ging in een erg strategische partij een zet of 30 gelijk op. Toen was ik even een zet te passief en kon mijn tegenstander snel druk zetten op mijn achtergebleven e-pion. Dit gaf de mogelijkheid om met een ruil mijn pionnenstelling open te breken waarna hij het uiteindelijk kon afmaken na 41 zetten. Gelukkig was de ontmoeting toen al in ons voordeel beslist.

KNSB 6G, 23 november 2019, Nuenen 1 – Gardé 2 6-2

Ofschoon we – achteraf bezien – een historische 8-0 overwinning hadden kunnen behalen is de teamleider ook deze keer zeer tevreden over de behaalde score. Prima gedaan!

De spelers hebben hun eigen partij kort van commentaar voorzien.

BORD 8: Rogier Hempelman – Ludo Nijsten
Helaas was Rogier na 25 minuten al uitgespeeld… Zijn concentratie liet hem in de steek, waardoor hij al na 12 zetten op grote materiële achterstand kwam te staan en opgaf.
Hieronder de gehele partij met de aanbeveling haar na te spelen, ter lering. Zwarts laatste zet zal bij vele schakers een gevoel van déjà vu oproepen…
1. . e4 – c5, 2. Pf3 – d6, 3 d4 – cd4:, 4. Pd4: – Pf6, 5. Pc3 – a6, 6. Le3 – e5, 7. Pb3 – Le6, 8. Dd2 – Pbd7, 9. 0-0-0 – Le7, 10. h4 – Pg4 Het onheil is in aantocht; ziet u al wat zwart van plan is? 11. h5? – Pe3:!, 12. De3: – Lg5

BORD 6: Ed Vrees – Jasper van Buul
Een makkelijke middag voor Ed!
Zijn tegenstander, Jasper van Buul, wist geen raad met het Koningsgambiet en met 8. … d5? (zie diagram) was de partij al uit.

Er volgde 9. Pe5 met materiaalverlies en een kaartenhuis dat in elkaar viel. Na een dik half uurtje spelen gaf de tegenstander na 13 zetten op en duurde de middag wel heel erg lang.

BORD 4: Koos Rademaker – Erwin Talpe
De opening had een rustig verloop. Bij de overgang naar het middenspel kwam er meer dynamiek in het spel. Hierbij kreeg ik een geïsoleerde dubbelpion op de c-lijn. Door een loperoffer werd het mogelijk de pion te laten promoveren. Dit werd afgeruild tegen een toren. Dus een klein materieel voordeel, maar wat belangrijker was dat er ook een betere stelling ontstaan was. Nu ging de tweede pion van de c-lijn op weg naar het promotieveld wat uiteindelijk in winst resulteerde.

BORD 2: Léon Driessen – Arthur Hendrickx
Qua elo-rating even sterke spelers! De partij ging dan ook gelijk op, de dames werden al vroeg naar bed gestuurd en meesterzetten bleven uit. Op zet 19 beging zwart een minuscuul foutje (of was het een bewuste lokzet?). Wit kon met zijn toren een pionnetje verschalken, maar kwam daarbij in een zwart vangnet terecht. Redding van de toren lukte op het nippertje. Daarna kwam wit niet meer in de problemen, maar zijn pion voorsprong uitbouwen naar winst ging maar erg moeizaam door zwart’s kunst- en vliegwerk. Op zet 39 trapte zwart met open ogen in een valletje als gevolg van “te snel zetten”, ofwel “eerst zetten, dan pas denken”, met als gevolg dat wit een gezonde loper voor kwam te staan. Wit ging verder met het verbeteren van zijn stelling totdat zwart op zet 59, volgens eigen zeggen weer met open ogen, in het volgende valletje trapte. Met 2 volle lichte stukken voorsprong kon wit de winst niet meer ontgaan. Tenminste … Op zet 69 ging de overgebleven zwarte toren door het dolle. Gelukkig had wit voldoende stukken waar hij omheen kon lopen om de dolle zwarte toren te ontlopen. Op zet 74 gaf zwart uiteindelijk op, mat in 3 was niet meer te voorkomen.

BORD 7: Isa van Meel – Peter Paul Geluk
Met zwart een Franse verdediging. Wit viel op de koningsvleugel aan en ik op de dame vleugel. Het was lang in evenwicht in een erg gesloten stelling. Helaas, ik berekende dat een torenoffer van wit niet correct was en liet die toe. Na een paar zetten was het duidelijk dat mijn tegenstander het beter had beoordeeld en kon ik opgeven.

BORD 5: Peter Thijssen – Hans Reusink
Op de 7e zet ruilde Wit vrijwillig een loper af (Lg5xPf6) en op de 15e zet sloeg ik (Pe5xLf3+) de tweede loper. Nu nog de stelling openen en het loperpaar zijn werk laten doen. Maar zo gemakkelijk ging dat niet. Ik had de pionnenketens f7, e6, d5 en a6, b5. Wit een pion op e5, een luis in zwarts pels, en een paard op d4, dat als stopper fungeerde. Mijn witveldige loper zat opgesloten binnen de keten, de zwartveldige kon er wel uit, maar had geen aanvalsdoel. Bevrijden met de f-pion had het bezwaar dat pion e6 zwak werd. Gedurende de gehele partij heb ik gelijk of (iets) beter gestaan, maar daar win je nog geen partij mee. Wit was inmiddels begonnen met zijn paard tussen c2 en e3 heen en weer te laten hoppen, een versluierd remiseaanbod waar ik niet op inging. Daarop trok Wit zijn paard terug van d4 waardoor mijn toren op c4 naar de koningsvleugel kon switchen. Riskant, met al die hijgende paarden in zijn nek! Wit begon meteen ijverig jacht te maken op mijn toren, dus ik moest een truc verzinnen en daarom de loper van e7 naar c5 gespeeld (penning inbouwen), hoewel deze objectief gezien op g5 (+=) beter had gestaan. Zwart heeft zojuist 35. … Lb7-c8 gespeeld. Zie diagram.

Een pure wachtzet; letterlijk wachtend op 36. h3. Mijn gevoel zei, dat ie kwam en hij kwam! 36. h3? Txg3+! 0 – 1.

BORD 3: Karl Raemakers – Joop Bongers
Mijn tegenstander speelde wel een zeer rustige Siciliaanse opening, met c3-d3-e4-f4 koos hij voor een zeer gesloten opstelling. Verrassend was wel dat hij op de 11e en 12e zet h3 en g4 speelde wat ik niet had verwacht! Dus moest ik deze aanval pareren met een doorbraak in het centrum, ook omdat wit zijn koning nog in het midden had staan en een korte rokade niet handig zou zijn. Ik won de belangrijke witte pion op e4 en de witte stelling lag aan diggelen, mijn 22e zet (e5 om het paard op d4 te verjagen) was er eentje met een vraagteken. Ik had fxe5 verwacht maar wit speelde de sterke zet f6 waardoor hij een mataanval kreeg middels Dh6! Gelukkig kon ik dit pareren en kon ik de witte koning onder vuur nemen; op de 35e zet won ik een stuk. Wit dreigde nog met mat maar ik was 1 zetje eerder om mat te zetten.

BORD 1: Leo Hovens – Daniël Torn
Ik speelde 7 jaar geleden ook tegen Leo Hovens. Ik werd toen op tijd getipt door Joop dat hij kan openen met g4!? Toen had ik me voorbereid om het gambiet aan te nemen. Nu had ik de tip niet gekregen en had me niet voorbereid. Ik volgde met zwart een goede strategie die Chris Schmidt en Rinus de Keizer tegen mij speelden (toen ik ook g4!? speelde) ; het centrum meteen innemen met d5 en e5. Met g5! werd de pion nog aanvallender. Het probleem blijft dat de koningszijde wordt verzwakt. Met de zwarte dame en 2 torens werd de f-lijn ingenomen. Een inval kon nog net verhinderd worden, maar dit verdedigen vergt computerprecisie. Al gauw werd een fout gemaakt, waardoor met een torenoffer een ondekbaar matnet ontstond: 0 – 1.

KNSB 6G, 2 november 2019, Veldhoven 2 – Nuenen 1 4-4

Ofschoon er op de bewuste zaterdagmiddag heel lang een overwinning voor Nuenen (zonder de sterkste spelers) in het verschiet lag laat de teamleider weten zeer content te zijn over het behaalde resultaat.

De spelers hebben hun eigen partij kort van commentaar voorzien.

BORD 2: Jan van de Munckhof – Joop Bongers
Opvallend detail bij de start van de wedstrijd was dat wij op de topborden gemiddeld 100 elo-punten minder hadden en op de rest van de borden 100 elo-puntjes meer!
En eigenlijk was dat ook in het wedstrijdverloop te merken.
Ikzelf heb de gehele partij gelijk gestaan en op de 20e zet bood ik remise aan met zwart, wat meteen werd afgewezen. Maar 7 zetten later bood m’n tegenstander zelf remise aan! Ofschoon ik op dat moment iets beter stond besloot ik het aanbod toch maar te accepteren, mede omdat we op dat moment op een aantal borden beter stonden (Rogier, Ed, Robert). Helaas voor ons konden Rogier en Ed deze niet volledig verzilveren.

BORD 6: Ton Roeten – Koos Rademaker
De opening ging gelijk op. Op een zeker moment offerde mijn tegenstander een paard voor 2 pionnen om een gevaarlijke koningsaanval op te zetten. Na goede verdediging zette ik de tegenaanval in, die met een tegenoffer tot winst leidde.

BORD 7: Peter Paul Geluk – Koen Antheunis
Ik speelde met wit mijn gebruikelijke d4 opening. Het werd een zeer gesloten stelling waarin ik zwart klem kon zetten en gevaarlijk met beide paarden binnen kon dringen. Ik had de betere stelling maar het lukte niet om het af te maken. Op zet 28 kwam zwart met een kwaliteitsoffer dat ik niet zag aankomen. In eerste instantie verdedigde ik dat goed maar helaas greep ik even later in gelijke stelling mis en kon ik na een paar zetten opgeven. Lange tijd een goede partij van beide kanten. Helaas afgesloten door een fout aan mijn kant.

BORD 3: Hans Reusink – Pieter de Visser
In een Franse partij was Wit actief op de koningsvleugel en Zwart op de damevleugel. De strijd ging lange tijd gelijk op, totdat Wit op de 19e zet Zwarts c-pion won. Het kan ook zijn dat Zwart deze offerde om de c-lijn voor zijn zware stukken te openen, maar dat pakte dan verkeerd uit. Zwart heeft zojuist 20…b4 gespeeld (zie diagram).

Wit staat beter en vervolgde met 21.Lh6. Een gemiste kans, want Wits aanval slaat niet door (beter was 21. h5!+-) en hij verspeelt bovendien zijn pluspion. Er volgde nog: 21…Db6 22. h5 Pxd4 23. Lxg7 Pxf3+ 24.Lxf3 Kxg7 25. h6+ Kg8 26. Tac1 Tc6 27. Dg5 Dd8 28. De3 Dc7 29. Dg5 Dd8 met remise door herhaling van zetten.

BORD 5: Ed Vrees – Rolf Bennik
In een scherp gambiet kwam ik 2 pionnen achter te staan, maar wel met voldoende compensatie. Mijn tegenstander kon niet optimaal zijn stukken ontwikkelen en de rochade kon hij ook vergeten.
Meerdere malen kon ik in een ingewikkeld middenspel de partij beslissen, maar dat gebeurde niet.
Volgens mij was mijn tegenstander in de 1e cyclus al door zijn vlag heengegaan, maar ik kon dit niet duidelijk op de klok constateren. Daarnaast is het niet mijn ding, dat Fischer systeem, voor mij volstrekt niet speelbaar.
In een moeilijk eindspel (niet volgens de toeschouwers) kon ik met een stuk meer promotie van de vrijpion van mijn tegenstander niet meer tegenhouden en mocht ik nog achteraf blij zijn met remise. Volgens de adviezen van de toeschouwers achteraf had ik het eindspel moeten winnen, maar – met alle respect – die aanwijzingen waren volgens de computeranalyse ook niet goed.
Uiteraard wel jammer dat ik als “nieuweling” de einduitslag van ons team niet voordelig kon beïnvloeden.

BORD 1: Léon Driessen – Hans Brave
Tot zet 15 ging de partij gelijk op, met nog alle stukken op het bord. Toen had ik de kans om de stelling – zonder nadelen – open te breken met exd5, maar ik dacht eerst nog de op handen zijnde opmars van de zwarte b-pion te moeten stoppen. Op zet 19 brak ik dan toch het centrum open, maar – volgens de schaakengines – één zet te laat. Ik had niet gezien dat ik na enkele slagenwisselingen een stuk ging verliezen. In ruil voor 2 pionnen weliswaar, maar zwart’s zware stukken konden ongehinderd mijn stelling overlopen.

BORD 4: Bertus Pals – Rogier Hempelman
Stond lange tijd goed tot beter, maar één uitstekende zet van wit bracht de strijd weer volkomen in evenwicht. Remise was niet te vermijden.

BORD 8: Peter Huizen – Robert Hempelman
In de wandelgangen had ik al vernomen dat de Engelse opening (1. c4) op het bord zou verschijnen. En jawel, hoor. Na afloop van de partij zei de witspeler dat hij al vroeg op remise had gespeeld. (Inderdaad doemen na 20 zetten de ongelijke lopers op)
Na elf zetten nam wit vrijwillig afscheid van het loperpaar, hetgeen ik helemaal niet betreurde…
Vervolgens begon wit druk uit te oefenen op pion d6. Er verdween nog wat hout van het bord en het verraderlijke ‘mat achter de paaltjes’ doemde op – aan beide zijden van het bord.
Dus werd eerst door zwart een ‘gaatje’ gemaakt (met g6) en daarna door wit (g3), waarmee wit de matdreiging had bezworen, maar wel 27. … Tb2 toeliet, waardoor de belangrijke pion op f2 door toren en loper kon worden aangevallen. Liever dan deze nederige voetsoldaat te verliezen, gaf wit een kwaliteit op. Compensatie: één pion. Wit bood remise aan op zijn 35e zet, waarop ik niet inging.
Ik wilde immers winnen! Dit streven vergde wel nauwkeurig spelen, hetgeen uiteindelijk ook werd beloond…
Met mijn overwinning kwam de stand op 3,5 – 3,5…

externe Competitie Team 2 Seizoen 19

Wedstrijdverslag SV Nuenen-1 – UVS-3

Degradatie Team-1 ondanks gelijkspel.

Vooraf wisten we dat alleen een overwinning ons zou redden van degradatie;op Zaterdag 13 april moesten we aantreden tegen het veel sterkere UVS-3, dit team had gemiddeld bijna 200 ELO-punten meer,ook omdat we deze zaterdag 3 afmeldingen hadden t.w. Daniel, Leon en Robert.Desondanks hebben we onze huid duur verkocht en met een beetje meer geluk had er zelfs nog een kleine overwinning ingezeten!

Bord 6 Bas:

Gelukkig was Bas bereid als invaller mee te spelen en met succes.Na 2 uur spelen won hij zijn partij; In een soort Koningsgambietachtige opening komt hij iets minder te staan maar dat is typisch zijn stijl:Een pionnetje offeren om een aanvallende stelling te creëren en na een misrekening van zijn tegenstander kon Bas als 1e winnen: 1-0.

Bord 7 Hans K.:

Hans (ook als invaller) had het vandaag zwaar te verduren, werd al snel op z’n koningsvleugel onder druk gezet en uiteindelijk kwam zijn koning geheelonbeschermd te staan met snelle opgave: 1-1.

Lees verder Wedstrijdverslag SV Nuenen-1 – UVS-3

Nuenen verslaat Eindhoven 3

Nuenen probeert in de poule te blijven en degradatie te voorkomen. Robert heeft op bord 8 vooruit gespeeld en gewonnen. We beginnen dus met een 1-0 voorsprong. Hans Reusink meldt zich echter ziek en het lukt zo snel niet een vervanger te vinden. Dus we beginnen 16 maart in Eindhoven met een 1-1 stand.

Robert speelt met zwart vooruit tegen Roeland in het nieuwe onderkomen van ESV – halverwege de jaren tachtig heb ik in deze ruimte aan de Boccherinilaan mogen surveilleren tijdens eindexamens. Roeland opende met c4, waarop ik met e5 antwoordde. Tijdens de partij heb ik geen moment slecht gestaan, wel moest ik goed op mijn pionnen passen (zoals altijd).

Stelling na 35 … Kd7. Na afloop van de partij wees een van Roelands clubgenoten op de volgende manoeuvre: 36. Txb7 Txb7 37. c6 + Kc8 38. cxb7 + Kxb7 39. h5! en daarna 40. Lb2, waarna de pion op g7 valt. Maar zo ging het niet. Ik had bij zet 26 een remiseaanbod gedaan, dat niet werd aangenomen. Remise ging ik niet meer aanbieden, ook al vind en vond ik dat wit iets betere kansen heeft. later werden de lopers geruild, beide torens hebben gependeld tussen de b- en de g-lijnen. na de blunder f5 gf6: + gaf wit onmiddellijk op, want de toren wordt niet meer gedekt.

Lees verder Nuenen verslaat Eindhoven 3